Menu

Elke teler moet er iets mee: reststromen op zijn bedrijf.

Geschreven op 14 november 2017.
Wat krijg je als een ontwerper en een tuinder een poos samen optrekken? 5 van zulke koppels hebben zich als Food Heroes een jaar verdiept in een verspillingsvraagstuk.

Elke teler moet er iets mee: reststromen op zijn bedrijf. Appels die de veiling net niet halen of snoeiafval.

Neem bijvoorbeeld prei. Daarvan belandt, afhankelijk van de periode, vaak meer dan 50 procent van de plant niet in het winkelschap, maar wordt gecomposteerd.

Niet omdat het nou zo’n geweldige compost is, maar dan is de teler er tenminste van af’, zegt ontwerper Isaac Monté. Hij ging samen met biologisch groenteteler Jan van Lierop uit Mierlo op zoek naar een creatieve oplossing voor het verspillingsvraagstuk van preiafval. ‘Het gaat om tonnen preiafval per jaar’, stelt Van Lierop.

 

Het leek me interessant om te kijken of ik daar geen andere bestemming voor kon vinden dan het terug te brengen op het land. Door het project 'Food Heroes' kon ik dit gaan onderzoeken met designer Isaac Monté.

Zonder het project was ik in m’n uppie niet snel aan zo’n zoektocht begonnen.  De krachten werden bij de Dutch Design Week in 2016 gebundeld. Er volgde een periode van meelopen op het bedrijf, brainstormen en vragen stellen.

Preipapier

‘Jan is verplicht elke biologische prei apart in te pakken’, vertelt de kunstenaar. ‘Op die verpakking staat bijvoorbeeld productinformatie en een streepjescode. Wat nu als we de prei in het eigen afval verpakken? Zo ontstond het idee om van het snijafval preipapier te maken.’ Het experiment lukte. Door de uitstraling van het preipapier zal een consument herkennen dat de verpakking bij het gft-afval mag, vertelt Monté.

De informatie wordt op het papier gedrukt met inkt van rode bietjes. Zo is de wikkel geheel biologisch afbreekbaar. De preiteler is benieuwd of hij het eindresultaat in de praktijk kan brengen. ‘Dat zal nog blijken. We gaan geïnteresseerden zoeken en het kostenplaatje schetsen om te zien of het commercieel uit kan.’

 


Bron: Zlto.nl - Sanne Jansen