Menu

Experimenteren met grasaardappelen

Geschreven op 14 mei 2018.
Nog nooit van grasaardappelen gehoord? Je bent niet de enige.

Wanneer Innovatiesteunpunt haar innovatiecampagne dit jaar ‘passie voor innovatie’ doopte, doelde ze op mensen als Hilar Mausen. Deze leerkracht en akkerbouwer uit Sankt-Vith experimenteert onder andere met een laag mulchgras over zijn aardappelruggen.

Nog nooit van grasaardappelen gehoord? Je bent niet de enige, want voor zover wij weten worden ze in ons land enkel verkocht in het Technisches Institut, de middelbare landbouwschool van Sankt-Vith. Hilar Mausen is akkerbouwer en leerkracht in de landbouwschool en krijgt er de vrijheid om samen met zijn leerlingen te experimenteren. Enkele jaren geleden nam hij deel aan de innovatiecampagne. Zijn idee: ploegloos werken en zijn aangeplant aardappelperceel bedekken met een vers gemaaide snee raaigras.

Kleinschalige teelt

Hilar heeft op het Technische Instituut 1 ha ter beschikking om te bewerken en zijn innovatieve fantasie de vrije loop te laten. Dit jaar wordt er onder andere 20 are aangewend voor de aardappelteelt, 20 voor wintertarwe en 20 voor zwarte haver. Hilar pikte het idee voor mulchaardappelen op in Oostenrijk en ging er in Sankt-Vith mee aan de slag op het perceeltje van 20 are. Eind mei, wanneer de aardappelplanten net door de bodem zijn gestoten, wordt er op een naburig perceel zo’n 40 are raaigras gemaaid. Dat maaisel wordt door een compoststrooier over de ruggen uitgestrooid in een laag van zo’n 5 cm dik. De strooier werpt ongeveer 12 meter breed. Belangrijk is dat de grasmassa voldoende structuur (stengel) heeft, zodat het luchtig blijft en niet aankoekt. Het aardappelras dat hier al enkele jaren wordt geteeld, is Belana, een smaakvolle, vastkokende aardappel. De opbrengst van 20 ton per hectare is uiteraard niet te vergelijken met die van onze intensieve aardappelteelt. Onder meer door gebrek aan grasland is Hilars teeltwijze praktisch moeilijk haalbaar, maar zijn idee heeft toch enkele voordelen die ook interessant kunnen zijn voor grootschalige aardappeltelers.

Inzetten op bodemkwaliteit

Hilar zweert bij niet-kerende grondbewerking. In combinatie met de mulchlaag geeft dat heel wat voordelen voor de bodemkwaliteit. Vooreerst is de bodem veel beter bestand tegen erosie en verslemping. Enerzijds door de resten van de voorteelt die achterblijven op het land, anderzijds door de mulch die aangebracht werd. Die laag gemaaid gras zorgt er bovendien voor dat de bodemvochtigheid stabieler is dan op een traditionele akker. Het vormt een soort isolatielaag die regen trager laat insijpelen en een snelle verdamping van vocht voorkomt. “In een gemiddeld jaar zal je hiervan niet veel voordelen ondervinden, maar in jaren met extreme perioden van regen en droogte werpt het systeem zeker zijn vruchten af”, weet Hilar. “Daarnaast krijgt bodemleven veel meer kans zich te ontwikkelen. De planten kunnen fijne wortels ontwikkelen die veel verder reiken en dus ook meer voedingsstoffen kunnen opnemen.” Die fijne wortels geven op hun beurt stoffen af die het bodemleven stimuleren. Dit uitwisselingssysteem tussen plant en bodemleven zorgt ervoor dat de plant minder nitraat moet opnemen.

Geen bespuiting

Schimmelziekten als phytoftora krijgen veel minder kans in een perceel met mulchaardappelen: de graslaag verhinderd regendruppels op te spatten van de bodem en zo de plant te besmetten met sporen. De ziekte komt hier en daar wel voor, maar in veel mindere mate. Hilar past dan ook geen enkele bespuiting toe. Niet enkel voor ziekte, maar ook niet voor onkruid. De mulch houdt het perceel lange tijd onkruidvrij. Wanneer de aardappelen bijna klaar zijn voor de oogst en de plant gestopt wordt in zijn groei, steken onkruiden wel de kop op. Vooral melde is een probleem. Voor een intensieve aardappelteler zou er (in deze fase) zeker een behandeling met gewasbescherming nodig zijn. Omdat Hilar een vaste afzetmarkt heeft bij zijn leerlingen en geen nood heeft aan hoge opbrengsten, past hij geen gewasbescherming toe. De plant wordt trouwens niet afgedood door middel van een bespuiting, maar wordt ofwel afgebrand ofwel gemaaid. Hoewel er geen gewasbescherming gebeurt, zijn de aardappelen officieel niet biologisch geteeld. “We hebben een vast cliënteel dat weet hoe de aardappelen geteeld werden. Er is dus geen nood aan een biolabel. We zijn nergens aan gebonden en dus kunnen we volop experimenteren”, zegt Hilar. Een van die experimenten is de compostthee die hij samen met de studenten trekt. Dit brouwsel wordt in vier dosissen over het perceel gespoten en zou de planten extra stimuleren. “We hebben vandaag nog geen sluitend bewijs voor de werking ervan, maar daar werken we aan. Ik geloof alvast in de mogelijkheden.”

Een smaakvol verhaal

Het resultaat is een zeer vastkokende aardappel met een opvallend gele kleur. Maar belangrijker nog, een product met een leuk verhaal. Deze teeltmethode is voor intensieve telers in onze Vlaamse contreien moeilijk haalbaar, enerzijds door de lage opbrengst, anderzijds door de arbeidsintensiviteit en eventueel gebrek aan voldoende gras voor het mulchen. Toch kan er ook voor ons toekomst zitten in Hilars verhaal. In de thuisverkoop zijn ‘grasaardappelen’ misschien wel een mooie troef om je aanbod, naast je conventionele intensieve teelt, te diversifiëren. Wanneer je je klant kan informeren over de teeltwijze en de voordelen voor de bodem leert die het product misschien nog meer te appreciëren. Tot slot: hoe smaakt zo’n grasaardappel? Volgens Hilar verschilt die toch heel wat van de conventionele aardappel. Wij namen een kistje mee naar huis en deden de test. Of het nu aan de teeltmethode of aan het ras ligt laten we in het midden, maar we kregen een smaakvolle, stevige aardappel op ons bord. Een goed verhaal smaakt altijd.