Menu

Vlaamse melk in een Europese context

Geschreven op 17 januari 2018.
De Provinciale studiedag melkvee kreeg dit jaar een Europees tintje. Melkveehouders werden in Geel of Aalter uitgenodigd voor een studiedag met speciale aandacht voor politieke, economische en technische thema’s.
Je mag als melkveehouder wel trots zijn op je Vlaamse en/ of Belgische wortels, meer dan ooit is de sector ook sterk Europees verankerd. Dat brengt heel wat uitdagingen maar ook kansen met zich mee. Kennis is verdeeld over de verschillende lidstaten en mag gerust uitgewisseld worden, een idee waar het Europese Horizon 2020 project EuroDairy, zich voor engageert. 14 Europese landen die 60% van de Europese totale melkproductie vertegenwoordigen De zijn aangesloten bij EuroDairy voor het uitwisselen van kennis en ervaringen. Innovatiesteunpunt draagt haar steentje bij aan dit project en twijfelde niet om de Provinciale studiedag aan te grijpen om de Vlaamse melkveehouder kennis te laten maken met wat er zich in onze verre en nabije buurlanden afspeelt. Het programma zag er in Aalter en Geel zo goed als identiek uit, met uitzondering van een deelnemer aan het
afsluitende debat.
 

Toekomst van het GLB

De ochtend werd op gang getrapt door Tom Vandekendelaere, Europarlementslid en de ideale persoon om het publiek een overzicht te geven van hoe de besluitvorming in Europa ook alweer in elkaar zit en wat we mogen verwachten van het nieuwe GLB. De onderhandelingen voor dit nieuwe GLB zijn opgestart en moeten er voor zorgen dat het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid van 2020 beter kan inspelen op de nieuwe uitdagingen waarmee Europa te maken heeft. Voor de landbouw in het algemeen is het belangrijk om te weten dat de ‘pot’ die jaarlijks voor landbouw wordt vrijgemaakt onder druk staat. De Brexit heeft daar veel mee te maken, aangezien Europa zo’n 12 miljard euro per jaar zal verliezen wanneer het Verenigd Koninkrijk haar lidgeld niet meer betaald. Daarnaast vormen onder andere migratie, terrorisme en cyber aanvallen voor nieuwe uitdagingen waarvoor geld moet vrijgemaakt worden. Landbouw is dan jammer genoeg vaak het eerste budget dat hiervoor aangesproken zal worden. Het wordt dus zowel een evenwichtsoefening om het totale budget van de Europese Unie op niveau te houden als om een werkbaar bedrag voor landbouw te vrijwaren. “We zien duidelijk een tendens weg van de quota en naar meer liberalisering”, zegt Vandekendelaere. “Subsidies zullen ook meer moeten dienen als ondersteuning in plaats van noodzakelijke maatregel.” Een manier om het GLB economisch duurzamer te maken is het herzien van de definitie van actieve landbouwer. Makkelijke gezegd dan gedaan, want verschillen tussen lidstaten maken een algemene definitie opstellen niet eenvoudig. Ook voor de melkveesector in het bijzonder bracht Vandekendelaere een vooruitblik: “Phill Hogan is erg tevreden over de maatregel van de vrijwillige melkreductie die vorig jaar in werking is gesteld. Zo blijven de melkveehouders de zaak zelf in handen hebben, en tegelijk is het een interessante besparingsmaatregel. Het is bijvoorbeeld goedkoper dan het publiek of privaat opkopen van melkpoeder.” De kans zit er dus in dat er in de toekomst sneller naar vrijwillige productiebeperking zal worden gegrepen in tijden van crisis.
 

Het zit ‘m in de details

Net voor de middag gaf melkveespecialist Teun Sleurink van DairyTuner een presentatie rond het thema ‘maximale melkgift tegenover minimale stress’. Deze man werkte begin jaren 90 op een groot Texaans melkveebedrijf en deed veel ervaring op met grotere veestapels. Terug in Nederland startte hij met enkele collega’s een adviesbureau. Ondertussen heeft hij vele bedrijven op de goede weg gezet in vele Europese landen en in Amerika. Teun Sleurink baseert zijn kennis en kunde het liefst op harde cijfers. Meten is weten, en dat moet je heel au sérieux nemen. Ook als je zaken verandert in het management, dan moet je de impact daarvan nauwkeurig meten. “We willen meetbaar maken welke stappen we zetten. We weten dat er veel gegevens beschikbaar zijn, maar we moeten die ook nuttig gebruiken. Zo is het gebruik van de transition cow index om de transitieperiode goed in beeld te krijgen, nog een groot verbeterpunt. Het wegen van kalveren is bijzonder motiverend om de groei op te volgen. De precieze samenstelling van het TMR-rantsoen en de correcte opname zijn andere sleutels voor het management. Het ideale gemiddeld aantal dagen in lactatie is 160-165 dagen. Een correcte penswerking. Het zijn zoveel zaken om goed in het oog te houden. Als het niet 100% loopt zoals het zou moeten, dan mis je heel wat melk.
 

Time is money

Timemanagement is belangrijk voor de veehouder. Die moet al het werk op tijd kunnen afwerken. Volgens Teun Sleurink scheelt het een slok op een borrel wanneer alle koeien kunnen vastgezet worden en al het werk zoals insemineren en behandelen meteen kan uitgevoerd worden aan het voederhek. Dat geeft een tijdbesparing voor zowel het personeel als voor de koe, die als kuddedier niet liever dan direct (terug) in het koppel loopt. Daar moet de veehouder ook rekening mee houden bij het droogzetten of bij andere ingrepen die afzondering nodig maken. Een koe is gebaat bij een stabiele groep. Verandering van groep geeft stress omdat het dier zijn plaats moet vinden in de nieuwe groep. Ook de koe heeft baat bij timemanagement. Een koe moet maximale tijd in de ligbox kunnen doorbrengen. “Een uur langer in de ligbox betekent anderhalve liter melk meer.” Om dat te bereiken mag ze geen uren verliezen omdat de circulatie in de stal niet ideaal is, omdat ze wacht op vrije doorgang van een dominant dier of omdat ze wacht op een vrije plaats aan het voederhek om te gaan vreten… Een koe is ook een vluchtdier en moet zich in alle omstandigheden en op alle momenten veilig voelen… en weten dat ze kan wegrennen als het nodig is. Met andere woorden, koeien houden niet van vlakke vloeren en doodlopende of smalle gangen. De conclusie was mooi verwoord: een koe die goed verzorgd wordt en die zich in goede conditie en gezondheid bevindt, die beloont de veehouder met meer melk. Zo simpel is dat.
 

Kosten vergelijken

Nadat de innerlijke melkveehouder versterkt was, nam Jan Halewyck het woord in de namiddagsessie. Hij trakteerde het publiek op interessante cijfers afkomstig van de European Dairy Farmers. Deze club van 500 melkveehouders uit Europa en daarbuiten ontmoeten elkaar op hun jaarlijkse congres en stellen hun boekhouding ter beschikking zodat er over landen heen vergelijkingen gemaakt kunnen worden. Let wel, de voorgestelde cijfers zijn enkel de gemiddelden van de aangesloten leden en dus niet van het land in het algemeen. De presentatie valt kort samen te vatten door de uitsmijter op het einde ervan: ‘Not the small ones are eaten by the big ones, but the slow ones are eaten by the fast ones’. Uit het cijfermateriaal van EDF blijkt immers dat een klein bedrijf net zo economisch rendabel kan zijn als een bedrijf met een grote veestapel. Er is een lichte tendens te zien in het voordeel van grote bedrijven, maar uit de grafieken blijkt duidelijk dat ook kleinere familiale bedrijven kunnen produceren op een lage kost per kg melk. Het geheim? Nadenken over waar je mee bezig bent. Ten tijde van de crisis gingen de leden van EDF op zoek naar manieren om de lage melkprijs te counteren. Daarbij was het reduceren van de productiekosten de meest gebruikte en meest effectieve strategie.
 

Melken in het buitenland

Het laatste deel van de namiddag was een interessant debat onder melkveehouders waarvan enkelen hun geboorteland hebben verlaten om elders in Europa het geluk te zoeken. Marly van Paassen, Jac Broeders en Hermjan Darwinkel, allemaal afkomstig uit Nederland, bespraken hun bedrijfsvoering en economische uitdagingen in een panelgesprek onder leiding van Boerenbond journalist Jacques Van Outryve. Tijdens het debat in Geel, waar we in dit artikel op focussen, nam Tom Geene de plaats in van Marly van Paassen. Tom bleef bij zijn roots en koos ervoor om mee te werken op het melkveebedrijf van zijn ouders in Nederland. Jacques Van Outryve polste meteen naar de actuele situatie in verband met de fosfaatrechten. De rechten die in 2015 werden toegekend op basis van het aantal gehouden koeien werden immers afgeroomd met een kortingspercentage om de fosfaatproductie weer onder het Europese plafond te brengen. Nu kunnen veehouders die hun halflege stal weer willen vullen of willen uitbreiden hun afgeroomde rechten weer terugkopen. “Ik ben momenteel niet van plan om fosfaatrechten te kopen”, zegt Tom. “De prijs is nu onwaarschijnlijk hoog: op de eerste veiling ging dat zelfs over 7000 euro per koe. Ik wacht liever tot de markt gestabiliseerd is, dan zien we wel verder.” Hermjan Darwinkel liet Nederland voor wat het was en begon een melkveebedrijf in het Franse Ecorpain. “Wij hebben het geluk dat we niet in de melkveestreek zitten en heel wat akkerbouw in de omgeving hebben. Mestafzet is dus geen probleem.”
 

Wat na het quotum

Jac Broeders week in 1992 uit naar Denemarken vanwege de goedkope grondprijzen. “Een hectare grond kopen kon daar aan dezelfde prijs om een hectare te huren in Nederland”, vertelt Jac. “Daar komt bij dat het in Denemarken niet ongewoon is om een volledig bedrijf over te nemen, met alle machines, gronden, gebouwen en dieren inbegrepen. We konden dus bij wijze van spreken de dag na de aankoop beginnen melken.” Dat sprookje bleef niet duren, want in 2008 zorgde de financiële crisis ervoor dat de grondprijs vertienvoudigde ten opzichte van 1992. Veel bedrijven gingen failliet. “We slaagden erin de crisis te overleven en hebben momenteel een veestapel van 1100 koeien op gebouwd. In de toekomst willen we groeien naar 1700 koeien.” Wat is de impact van het wegvallen van het quotum geweest, vraagt Jacques Van Outryve zich af. “In Frankrijk is het quotum in theorie wel weg, maar de praktijk is anders”, reageert Hermjan. “Het werd vervangen door een systeem van contracten. Het probleem is daarbij dat de melkfabriek daardoor ook de grootte van de productie bepaalt. Toen wij nog aangesloten waren bij Lactalis kregen we geen extra contracten, dus konden we niet groeien. Nu leveren we aan een kleinschalige privé melkfabriek waar er gewerkt wordt met een minimum en maximumprijs.” Hermjan koos net als Jac uit Denemarken voor het produceren van ggo-vrije melk. “In de praktijk is dat vrij simpel: je laat soja weg uit het rantsoen en vervangt het bijvoorbeeld door koolzaadschroot. Die kost is vrij beperkt en we krijgen hiervoor een meerprijs van 1 eurocent per kg melk”, legt Hermjan uit. Om nog even op de Europese steun terug te komen polst de moderator naar de noodzaak van Europese landbouwpremies voor de vertegenwoordigde bedrijven. Tom, Jac en Hermjan waren het roerend eens: “Ik weet niet precies of de premies noodzakelijk zijn voor mij, maar ik ben er wel erg blij mee.”
 

Journalist: Nele Kempeneers