Menu

Vlaanderen zet in op reststromen biomassa

Geschreven op 08 december 2016.

Vlamingen sorteren en recycleren zeer plichtsbewust, we zijn zowat de beste van heel Europa. Om voor al deze mooi gesorteerde fracties ook nog zo veel mogelijke nuttige toepassingen te krijgen, heeft de Vlaamse overheid een heel beleid uitgestippeld met daarin duidelijke richtlijnen over het gebruik van de vele biomassa-reststromen.

Bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) hielp projectleider Ann Braekevelt ons op weg om zicht te krijgen op deze beleidsopties.

Materialendecreet

Er zijn in de Vlaamse wetgeving al heel wat besluiten gestemd die met afval te maken hebben. In principe zou er in Vlaanderen geen afval meer mogen bestaan of ontstaan. Voor praktisch elke reststroom is er immers een toepassing te bedenken. De leuze van een bekende afvalverwerker – of moeten we reststroomverwerker zeggen? – is dus niet ten onrechte ‘Afval bestaat niet!’.

HET MATERIALENDECREET VORMT DE BASIS VOOR DE HUIDIGE WETGEVING ROND AFVAL.

De basis voor de huidige wetgeving ligt in het Materialendecreet. Dit decreet bevat onder meer sterke stimulansen voor het hergebruik en de selectieve inzameling/valorisatie van alle mogelijke rest- of nevenstromen. In het kader van dit Materialendecreet werd er een actieplan uitgewerkt rond het ‘Duurzaam Beheer van Biomassa(rest)stromen’. Daarin is het principe opgenomen dat (rest)stromen een nieuwe toepassing moeten krijgen volgens de materialenhiërarchie (preventie, hergebruik, recyclage, energietoepassingen …) en volgens een watervalsysteem.

Voor dit laatste is er een piramideschema voor alle biomassa(rest)stromen ontwikkeld waarbij menselijke voeding bovenaan staat, gevolgd door dierenvoeding, grondstof voor bouw- en chemische industrie, bodemverbetering en ten slotte energieproductie. Storten van selectief ingezamelde stromen mag in niet meer in Vlaanderen.

Het actieplan heeft een looptijd tot 2020 en werd opgemaakt met inbreng vanuit alle betrokken spelers uit de biomassawereld. Land- en tuinbouw is daarbij een belangrijke sector. Dit plan zal om de vijf jaar herzien worden.
Er zijn drie domeinen afgebakend in het actieplan: landbouw en voeding, groen-, natuur- en landschapsonderhoud en tenslotte houtige biomassa. Omdat niet alles tegelijk kan worden aangepakt, zijn er in het plan per domein een aantal concrete actieprogramma’s afgebakend met verschillende diensten en organisaties als trekker.

Enkele actieprogramma’s uit de cluster landbouw en voeding zijn: beperking van voedselverliezen, het uitwerken van ‘thuiskringlopen’, selectieve inzameling bij land- en tuinbouwers, huishoudens, industrie en horeca/catering en de valorisatie van reststromen via bioraffinage.
Binnen deze programma’s zijn er intussen een hele reeks concrete projecten opgestart. Omdat OVAM geen middelen heeft voor projecten in de land- en tuinbouw worden deze projecten betoelaagd en opgevolgd vanuit het departement Landbouw en Visserij en vanuit het VLAIO (Vlaams Agentschap Innovatie en Ondernemen) waarin het vroegere IWT is ondergebracht).

Concrete resultaten op het terrein

In de praktijk zien we dat er op het terrein steeds meer resultaten zijn. Zo zijn de supermarkten bijvoorbeeld gestart met het beter sorteren van voedingsproducten die om een of andere reden niet meer kunnen of mogen verkocht worden om het hergebruik tegen een zo hoog mogelijke toepassing mogelijk te maken. Maar er kan nog veel meer. Denk bijvoorbeeld aan prei,  een van de sterkhouders van de groentesector. In de supermarkten zou men liefst alleen het wit verkopen terwijl het groene gedeelte culinair misschien wel interessanter is. In de voedingsketen zou er een verwerkingsketen moeten zijn voor beide fracties, waardoor er minder product verloren kan gaan.

Een aandachtspunt in de uitvoering van het actieplan is dat voedingsbedrijven niet alle reststromen kunnen valoriseren als voedsel/veevoeding omdat er altijd een risico bestaat op besmettingen met ongewenste stoffen en/of bacteriën en schimmels. Gelukkig bestaat er de biomassavergisting om aan de meeste van deze probleempartijen een nuttige bestemming te geven. Vanuit de landbouwsector kan men het daarom jammer vinden dat men van de kant van de energie-administratie en de verantwoordelijke minister doet of de vergisting van 2 miljoen ton biomassa niet van belang is.

OVAM zal vanuit zijn adviserende taak over het beheer van reststromen steeds volgens het actieplan werken. Daarbij probeert men te vermijden om te veel mee te lopen met de waan van de dag mee en eerder het algemeen belang op langere termijn te bekijken.
Gelukkig is het ‘kringloopdenken’ een belangrijk thema geworden in de groene marketing van veel bedrijven zodat al deze richtlijnen en acties niet als een bijkomende last worden beschouwd maar als een commerciële mogelijkheid. Dat is ooit anders geweest …

Ook voor de andere biomassadomeinen zijn er al een hele reeks concrete acties en projecten opgestart. Maar er is er ook nog veel werk aan de winkel. Een van de hardnekkige probleemfracties blijft bijvoorbeeld het bermgras. Hier hebben we te maken met een zeer heterogeen product met een groot risico op vervuiling door zwerfvuil en stof van het verkeer. Vergisting is een mogelijkheid maar dan zit je met je vervuiling in het digestaat. Ook composteren geeft om dezelfde reden problemen. Wie suggesties heeft, is welkom bij OVAM.

Ook voor houtige reststromen is er nog veel werk aan de winkel al zijn er toch al heel wat mooie initiatieven op het terrein. Ann Braekevelt is bijvoorbeeld erg gelukkig met sommige projecten van het Agrobeheercentrum ECO² en de Agrobeheergroepen waarbij snoeihout van houtkanten een nuttige herbestemming krijgt. Maar ook hier moet er nog heel wat materiaal gemobiliseerd worden dat tot nu toe niet ‘waardevol’ gebruikt wordt. Zo gebeurt het nog al te vaak dat bij het onderhoud van de beplanting op wegbermen het hout met blad verhakseld wordt en vervolgens terug in de berm geblazen. De overheid heeft hier een voorbeeldfunctie, maar het goede voorbeeld geven lukt niet altijd.

Inventaris biomassa

Een van de opdrachten van de OVAM is ook om een overzicht en evolutie bij te houden van wat er in Vlaanderen allemaal geproduceerd en verwerkt wordt aan biomassa(rest)stromen. Daarvoor wordt om de twee jaar een ‘Inventaris Biomassa in Vlaanderen’ gepubliceerd. Ann Braekevelt hoopt dat haar dienst de nieuwe inventaris tegen eind februari 2017 ter beschikking zal kunnen stellen. Bij OVAM zit men in ieder geval niet stil en in overleg met de betrokken sectoren hoopt men op termijn tot een volkomen afvalvrij Vlaanderen te komen.