Menu

Vernietiging terugdraaiende teller: wat betekent het voor mij?

Written on 19 July 2021.
Wat betekent de vernietiging van de terugdraaiende teller en de bijhorende compensatieregel voor de rendabiliteit van mijn zonnepanelen?

Begin dit jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof het ´compensatiemechanisme/principe van de terugdraaiende teller´ voor hernieuwbare energieinstallaties < 10 kVA. Ondertussen na de Vlaamse Regering een definitieve beslissing over een retroactieve investeringspremie  voor de gedupeerden. Heb je nog een analoge meter die terugdraait? Dan is er voorlopig nog niets aan de hand en moet je geen actie ondernemen. De compensatiepremie wordt specifiek berekend voor elke installatie. De Vlaamse Regering wil dat een referentie-installatie een rendement van 5% op de investering behaalt. Concreet wil dit zeggen dat er werd gerekend of en welke financiële compensatie nodig is om een rendement van 5% op 15 jaar te halen.

Hoeveel bedraagt de compensatie? 

Concreet hangt de compensatie af van het jaar van indienstname (keuringsdatum) en het piekvermogen van de zonnepanelen. Een belangrijke kanttekening is dat het piekvermogen afgetopt wordt op 10 kWpiek. Een installatie van 20 kWpiek op 10 kVA omvormervermogen zal dus evenveel compensatie krijgen als een installatie van 10 kWp op 10 kVA, wat dus betekent dat de grotere installaties relatief gezien minder compensatie krijgen.  

De datum van indienstname is de belangrijkste parameter betreffende de compensatie. Rekening houdende met de gemiddelde investering, subsidies en tarieven wordt een bedrag berekend. 

Voor installaties van 10 kWpiek geeft dit volgende compensatie: 

  Compensatie
2020 € 3.270 
2019 € 3.360 
2018 € 3.480 
2017 € 3.820 
2016 € 4.360 
2015 € 3.830 
2014 € 2.890 
2013 € 120 
2012 € 0 
2011 € 0 
2010 € 0 
2006 € 1.400

 

Wat betekent dit concreet voor mijn bedrijf? 

De vernietiging van het principe van de terugdraaiende teller hoeft niet alleen kommer en kwel te zijn. Want door de vernietiging stopt niet enkel het terugdraaien van duizenden kilowatturen (verlies), maar stopt ook de jaarlijkse kost van het forfaitaire prosumententarief (winst), mag je het overschot aan elektriciteit verkopen (winst) en krijg je dus nu ook een investeringspremie (winst). Naargelang het verbruiksprofiel en de energiebehoefte van het bedrijf kan het zijn dat je beter af bent met het nieuwe systeem. Zo zal dit voor varkens-, pluimvee- en robotmelkbedrijven quasi altijd een positief effect geven. Voor melkveebedrijven die klassiek melken en voor groenten- en fruitbedrijven kan er wel een negatief effect zijn ten opzichte van het voordeel van de terugdraaiende teller, dit zal heel waarschijnlijk het geval zijn bij bedrijven die hun installatie overdimensioneerden.

Om de invloed van de verschillende parameters aan te tonen, hebben we 4 scenario’s uitgerekend. Het casusbedrijf is een melkveebedrijf dat traditioneel melkt met een visgraat en een energiebehoefte heeft van 40.000 kWh (≈ 800.000 liter melk). Het bedrijf heeft zonnepanelen geplaatst in 2020. Dit zijn de 4 scenario’s: 

  • Scenario 1: Geen overdimensionering van panelen en terugdraaiende teller 
  • Scenario 2: Geen overdimensionering van panelen en geen terugdraaiende teller 
  • Scenario 3: Overdimensionering van panelen en terugdraaiende teller 
  • Scenario 4: Overdimensionering van panelen en geen terugdraaiende teller 

Scenario’s 1 en 3 zijn de situaties zoals oorspronkelijk de intentie was van de Vlaamse Regering, scenario’s 2 en 4 zijn de nieuwe realiteiten.

 

Een melkveebedrijf met een melkproductie van 800.000 liter melkproductie en 40.000 kWh gebruikt gemiddeld 50% van de zonne-energie rechtstreeks .  Dit percentage is berekend op basis van kwartuurgegevens van een gemiddeld melkveebedrijf en de productiegegevens van een gemiddelde PV-installatie.  Het vermeden prosumententarief en de compensatiepremie blijken meer waard te zijn dan de “verloren” 5.000 kWh die niet meer teruggedraaid mogen worden. De installatie is nu in 7 jaar terugverdiend i.p.v. in 9 jaar. 

  • Voor boeren en tuinders uit andere situaties met dezelfde dimensie van HEB-installatie: Bij hogere zelfconsumptie zou het voordeel van het nieuwe systeem nog beter zijn. De berekening tonen aan dat de zelfconsumptie minder dan 34% moet bedragen voor deze HEB-installatie uit 2020 om nadeel te hebben van de vernietiging van de terugdraaiende teller. Dat moet voor de meeste bedrijven haalbaar zijn. 

Voor de overgedimensioneerde installatie blijkt er een negatief effect te zijn voor het casusbedrijf. Overdimensionering wordt sinds een aantal jaar toegepast omdat dit een financieel voordeel gaf qua schaalgrootte en door het verspreiden van de prosumentenkost over een grotere productie, waardoor die minder zwaar doortelde. Vorig jaar gaven we al aan welke voor-en nadelen er zijn aan dat systeem.  

De overdimensionering is de 11de tot 20ste kWpiek. Als we daar een analyse van maken dan blijkt dat er al 10 % van de energie verloren geraakt omdat er meer productie is dan de omvormer kan verwerken. Van de resterende 7.500 kWh kan er slechts 1.650 kWh rechtstreeks gebruikt worden op het bedrijf. De rest moet verkocht worden. Voor dit segment van extra panelen komt dit dus neer op een zelfconsumptie van 22%. De combinatie van lage zelfconsumptie voor dit segment en de aftopping van de compensatiepremie tot 10 kWpiek (waardoor je dus geen premie krijgt voor de 11de tot 20ste kWpiek) maakt dat de overgedimensioneerde panelen zeer weinig opbrengen. De tabel geeft dan ook aan dat terugverdientijd stijgt van 6,5 naar 9 jaar. De investering is zodoende minder rendabel als eerst gedacht omdat het nieuwe compensatiemechanisme het wegvallen van de terugdraaiende teller niet volledig compenseert.

  • Voor boeren en tuinders uit andere situaties met dezelfde dimensie van HEB-installatie: Met een zelfconsumptie van 59% kom je op een identieke rendabiliteit uit voor beide systemen. Voor verschillende sectoren zal dit zeker haalbaar zijn.  

Conclusie 

De gevolgen van de vernietiging van de terugdraaiende teller verschillen van bedrijf tot bedrijf. Voor de bedrijven die er op achteruit gaan, daar zal er extra aandacht moeten besteed worden aan het verhogen van de zelfconsumptie door het verschuiven van verbruiksprocessen, het bufferen van warmte of koude en op korte of lange termijn energieopslag in batterijen of andere processen. Voor al je vragen en oplossingen hieromtrent kan je terecht bij de consulenten van Boerenbond en Innovatiesteunpunt.