Menu

“De mensen zaten erop te wachten”

Geschreven op 08 mei 2020.
Mark Vanlommel schakelde om van veehouderij naar een zelfplukboerderij

Toen Mark Vanlommel in 2001 het ouderlijk bedrijf overnam en zich toelegde op het kweken van Belgisch witblauw en schapen, had hij niet kunnen voorzien dat zijn professionele carrière een tiental jaar later een heel andere wending zou nemen. Toen toenmalig Vlaams minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts in 2015 het verbod op onverdoofd slachten op tijdelijke slachtvloeren aankondigde, stortte het bedrijf van Mark in elkaar. Zijn grootste inkomen haalde hij uit de verkoop van schapen voor het Offerfeest, en dat viel in een klap weg. Vanuit die tegenslag groeide een nieuw idee: groenteteelt in een zelfpluktuin. Dit jaar zal CSA-zelfpluktuin Het Groentegenot voor het vijfde seizoen oogsten.

Nochtans zou Mark in het begin helemaal geen landbouwer worden. “Ik had wel interesse in de sector en ging veehouderij studeren in Nederland. Maar toen leerde ik mijn echtgenote kennen en samen besloten we dat de landbouw toch niet meteen iets voor ons was. Dus ging ik na mijn studie aan de slag bij Aveve als verkoper van zaden, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Maar het bleef kriebelen en toen de kinderen kwamen, vonden we het wel een mooi idee om hen te laten opgroeien op een landbouwbedrijf. Onze witblauwtak was eerder kleinschalig, ik verkocht vooral aan beenhouwerijen uit de buurt. De schapen kwamen volledig bij de Antwerpse moslimgemeenschap terecht voor het offerfeest. Dat laatste was goed voor 80% van mijn inkomen.” Als zo’n groot stuk van je inkomen wegvalt, is er geen toekomst meer voor je bedrijf in de huidige vorm. Iets wat Mark maar moeilijk kon verkroppen. “Ik was heel boos op de minister en heb zwaar in de put gezeten. Ik had geen vooruitzichten en modderde maar wat aan. Tot iemand mij voorstelde: waarom ga je geen groenten telen? Dat waren mensen die op een wachtlijst stonden bij een zelfpluktuin en heel enthousiast waren over het concept. Ik was dat toen niet! Ik associeerde de tuinbouw met zware investeringen in grote serres. Maar mijn vrouw wilde er wel meer over weten en zij spoorde mij aan om toch eens te gaan kijken op zo een bedrijf. Ik ging overstag en we bezochten het bedrijf van de voorzitter van het CSA-netwerk (community supported agriculture), in Heverlee, en toen was ik wel meteen enthousiast. Dat is een hof in ’t groot, dacht ik. Dat kan ik!”

Ik associeerde tuinbouw met zware investeringen, maar dit is een hof in’t groot.

Onkruid bestrijden

“Bij ons hoeft het helemaal niet zo geoptimaliseerd te zijn. Wij hebben tachtig teelten. Onze kracht zit hem in de diversiteit. De details zijn minder belangrijk, het geheel moet goed zijn.” Mark had ervaring als veehouder. Hij wist wat werken was, maar hij had geen kennis van groenteteelt. “Gelukkig blijkt dat werken bij een biologische groentetuin het belangrijkste. Insecten moet je vooral kennen als je ze wil verdelgen, maar daardoor verstoor je het natuurlijk evenwicht. Als je natuurlijke vijanden niet sterven door het product, dan zeker wel doordat hun eten ineens op is. Daardoor heb je één zekerheid: je zal volgende keer zeker terug moeten spuiten. Daarom werken wij met het natuurlijk evenwicht. Door slimme maatregelen kan je dat evenwicht in je voordeel laten kantelen. Zo zaai ik bijvoorbeeld bloemenranden om nuttige insecten te lokken en ik dek mijn groenten af tegen schadelijke insecten. Op die manier kan ik met beperkte schade zeer veel groenten kweken zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.”

Een regenachtige start

“Het allerleukste was dat de mensen erop zaten te wachten. In oktober, het jaar voor we zouden startten, organiseerden we een infomoment. Eerst wilden we dat in onze eigen living doen, maar uiteindelijk bleek de interesse zo groot dat alle geïnteresseerden zelf nauwelijks in het Chirolokaal pasten. 120 mensen kwamen luisteren. Na die vergadering hadden we 80 inschrijvingen. Op dat moment was het veld waarop ik zou boeren nog een wei. Maar ik ben voor die mensen gaan staan en ik heb hen verteld dat ik erin geloofde. En zij blijkbaar ook.” De deelnemers betalen 300 euro per persoon. Voor een gezin van vier is dat dus 1200 euro. Die bijdrage betalen ze op voorhand. Het is het startkapitaal waarmee de boer aan de slag gaat. In ruil daarvoor kunnen ze komen oogsten. Als er wat te oogsten valt, natuurlijk. “In ons eerste jaar werden neerslagrecords gebroken. Het regende enorm veel. Tegen dat het juli was, was ik echt verlegen. Mensen hadden mij hun vertrouwen en hun geld gegeven, en ze konden bijna niets oogsten. Toen het uiteindelijke stopte met regenen, heb ik heel veel plantjes gehaald en mijn hele veld vol gezet, een hectare in plaats van de halve hectare die de bedoeling was. En in het najaar was er overvloed. Dat hebben de mensen onthouden. Kleine foutjes die ik in het begin maakte, werden vergeten.” Intussen is het veld van Mark 3 ha groot, met ook insectenhotels, bloemenstroken, uilenkasten en een vijver in wording, en heeft hij 300 deelnemers. Daar zal het ook bij blijven. “Met deze grootte kan ik het werk perfect gedaan krijgen, dat is het belangrijkst. Er is ook voldoende te oogsten voor iedereen. Hebben we overschotten, dan schenken we die aan een sociale organisatie.”

 

Het Groentegenot

Hoe werkt het?

Het seizoen van Het Groentegenot start officieel op 1 mei, maar in de praktijk kunnen deelnemers het hele jaar oogsten. “April is eigenlijk onze moeilijkste periode”, vertelt Mark “Dan zijn er maar een twintigtal verschillende soorten te oogsten.” Wat er die week precies beschikbaar is, lijst hij elke woensdag op in een e-mail. “Wij maken een overzicht van welke groenten klaar zijn om geoogst te worden. We geven ook uitleg over hoe je dat bepaalde product precies oogst, en als het wat moeilijker is maken we een video. Veel mensen die hier komen, hebben – zeker in het begin – geen enkele kennis van de groentetuin. Die komen dan vragen hoe je een radijs oogst, bijvoorbeeld. Ik experimenteer ook graag met onbekendere groenten – yacon blijkt een topper – en dan is het belangrijk om goed uit te leggen wat je met zo’n gewas moet. Als je een zelfplukboerderij hebt, moet je goed kunnen omgaan met mensen. Ik babbel graag, dat is voor mij niet moeilijk. Je moet ook tolerant zijn, want mensen maken fouten. Wij moedigen iedereen aan om de kinderen mee te brengen, zodat zij leren waar hun voedsel vandaan komt. Maar je kan niet vermijden dat een kind eens een groene tomaat plukt. Daar moet je tegen kunnen.”

Behalve de mail die de mensen thuis al kunnen bestuderen, werkt Mark op het veld ook met vlaggetjes. Aan de kleur van de vlag kunnen deelnemers zien hoeveel ze mogen oogsten. “We hebben de afspraak dat mensen enkel voor hun eigen gezin oogsten en dus niet voor de hele buurt. Zij vertrouwen mij erop dat ik mijn best doe om hun groenten zo goed mogelijk te telen, ik vertrouw dat zij correct oogsten. En dat werkt goed.”

Je kan niet vermijden dat een kind een groene tomaat plukt.

CSA en corona

De administratie, e-mails en communicatie van Het Groentegenot zijn het domein van Marks echtgenote Ann. En hoewel Mark het veldwerk in theorie alleen doet, heeft hij in de praktijk wel wat helpende handen. “Ik heb de hulp van een stagiair, maar ook enkele deelnemers zelf komen graag meehelpen. Zo is er iemand die zich heel graag met de tomaten bezighoudt, en iemand anders die mee werkt aan de kruidentuin. We organiseren af en toe ook meewerkdagen, bijvoorbeeld om pompoenen te oogsten of om witlof in te leggen. Nu, tijdens de coronacrisis, zijn er nog meer mensen die al eens een handje komen helpen, zo zitten ze niet alleen thuis en bovendien kunnen wij perfect coronaveilig werken. Van die hele crisis hebben wij overigens geen last. Wij zijn, als landbouw, een primaire sector dus de plantjes blijven komen, handschoenen worden standaard gedragen en op 3 ha is het geen probleem om voldoende afstand te houden. De mensen zeggen dat ze heel blij zijn dat ze hier kunnen komen oogsten in plaats van hun groenten in de supermarkt te moeten kopen.”

Een toegankelijke vorm van landbouw

“Op een kilometer hier vandaan is niet zo lang na mij nog iemand met een zelfpluktuin begonnen. Wij hebben overlegd en besloten dat ik mij met groenten blijf bezighouden, en hij de zelfpluk enkel voor fruit doet. Zijn groenten verkoopt hij in pakketten. Zo zijn wij geen concurrent voor mekaar. Er is trouwens echt nog wel ruimte voor bijkomende CSA-boerderijen. Ik ben ervan overtuigd dat elke gemeente er zo wel een kan hebben. Wij zijn heus niet de enige die volzet zijn of met een wachtlijst werken.”

“CSA is een toegankelijke vorm van landbouw. Je moet geen grote serre of schuur bouwen, je hebt nauwelijks investeringen nodig en bovendien betalen je deelnemers je vooraf, waardoor je dus meteen je geld beschikbaar hebt. Binnen het CSA-netwerk ben ik een van de weinigen met een achtergrond in de gangbare landbouw. Ik vind dat jammer. Ik denk dat er voor boerenzonen of -dochters echt wel toekomst zit in dit systeem.” Na zijn eigen aarzelende start, heeft Mark intussen helemaal zijn draai gevonden als CSA-boer. “Ik ben gelukkig. Elke job die ik heb gedaan, deed ik graag en telkens kwam ik door een stom toeval in nog iets beters terecht. Ik wil graag de uitzondering zijn. Ik kan klagen als het droog is, maar ik kan ook denken: ‘Fijn, nu kan ik goed aan grondbewerking doen’. Natuurlijk ben ik ook met de moeilijkheden bezig, maar door de tegenslag die ik heb meegemaakt, probeer ik er toch altijd ook het goede van in te zien.”

Ik wil graag de uitzondering zijn.