Menu

Autonoom plantgaten boren

Geschreven op 02 mei 2018.

We gingen op bezoek bij Philippe Van Haelst in Meerdonk om de machine te bekijken, die bekroond werd in de vorige innovatiecampagne. Dat bleek niet de enige innovatie te zijn op zijn bedrijf.   Twee jaar geleden was Philippe een van de innovatielaureaten met zijn automatische boomgaardboor, die autonoom plantgaten en gaten voor palen boort. We vroegen hem om uit te leggen hoe zijn machine precies werkt.

Recht en regelmatig

“Toen ik die machine in 2012 bouwde, bestond ze nog uit twee delen”, vertelt Philippe. “Het boren van de plantgaten gebeurde voor de tractor, het boren van de paalgaten achteraan.” In het Waasland wordt enorm veel gewerkt met V-hagen. Daarbij worden om de 8 meter twee palen schuin in de grond geplaatst. Twee jaar later heb ik alles achteraan gebracht, om dat het geheel te lang was om op de openbare weg te komen. Het integreren van gps vloeide voort uit het feit dat we al in 2011 onze eerste John Deere-tractor met gps gekocht hadden, vooral voor gebruik op het akkerbouwbedrijf. We gebruikten die vooral om aardappelen recht te planten en nadien aan te aarden. Ik kwam op het idee om die gps te gebruiken voor rechte lijnen in de fruitaanplantingen die we toen aanlegden.” Klassiek wordt die afstand bepaald met een meter of een stappenwiel.

 

Het boren van de plantgaten gebeurde voor de tractor, het boren van de paalgaten achteraan.

 

“Maar met zo een stappenwiel kom je nu eens uit op 90 cm, dan weer op 110 cm. Je zag altijd verschil met de rij ernaast. Dat heeft niet echt effect op de opbrengst, maar het prikkelde ons toch om te proberen ook in de plantlijn met correcte afstanden te werken. John Deere en ook de concurrentie kon dat toen nog niet. Mijn schoonbroer, die computerspecialist is, heeft toen zelf een programma geschreven dat de coördinaten afkomstig uit de antenne van John Deere gebruikte voor het aansturen van de boren. Daar komt nog bij dat we in onze lange percelen ook een tussenpad willen. We hebben dat meteen mee geïntegreerd in het programma. Op het einde van de rij stopt de trekker automatisch.”

Voor de gps-sturing plantte Philippe twee rijen gelijk aan. Dat was niet mogelijk met de bekroonde machine omdat die te groot zou worden. Om de capaciteit te verhogen heeft hij daarom een systeem ontwikkeld, waarbij de machine continu rijdt, terwijl de boor tijdens het boren ter plaatse blijft. Zodra de boor omhoog komt, wordt ze met perslucht terug naar voren geduwd. Er zijn een aantal beveiligingen. Bijvoorbeeld als de boor op een steen botst, is het systeem zo geprogrammeerd dat ze na een bepaalde tijdsduur terugkeert en als ze vast komt te zitten stopt de tractor.

In het begin durfde Philippe de machine wel eens alleen laten werken. “Ik ben wel eens tussenin thuis gaan eten, maar dat durf ik niet meer. Er kan iemand op het perceel komen, of er kan een boor breken of een olieleiding afspringen. Wanneer we de machine inzetten via loonwerk blijft er een chauffeur bij. Op onze eigen percelen kunnen we ondertussen palen planten in de belendende rij. We werken 5 tot 6 uur per ha, en dan spreken we over 3000 boomgaten en twee keer 750 paalgaten. We moeten ondertussen een 200 ha geplant hebben.

Philippe vertelt dat er nog loonwerkers zijn die fruitaanplantingen realiseren met gps, maar de meeste trekken sleuven, die na het plaatsen van de bomen dichtgeploegd worden. “Dat is een relatief snelle manier van planten, maar we zijn er geen voorstander van in onze grond. Een frees zorgt in kleigrond voor wat versmering, waar de wortels moeilijker door geraken. We willen toch een geboord gat hebben. Daaruit is ook het idee gekomen om zelf een boor te maken, en uiteraard ook omdat ik dat graag doe.”

PVH projects

Philippe maakt graag dingen. Hij draagt op zijn sweater het logo van PVH projects. “Ik doe ook constructiewerken en bouw koelcellen bij andere fruittelers. We staan alleen in voor panelen en deuren, hoewel we vorig jaar een bijzonder project volledig hebben gerealiseerd in de Antwerpse haven: de grootste desinfestatieruimte ter wereld. Die is luchtdicht, net als ULO-cellen, maar we verwarmen die ruimtes en brengen het zuurstofgehalte terug naar minder als 0,5%. Op die manier kan men motten en kevers doden op binnenkomende producten.” Het verwondert ons dat een fruitteler dat allemaal zelf kan, maar Philippe reageert dat hij industrieel ingenieur elektromechanica studeerde. “En vanaf mijn twaalfde ben ik al aan het lassen en knutselen in het atelier.” Philippe blijkt een volledig uitgerust atelier te hebben. Ook voor zijn boormachine is hij van blank ijzer vertrokken. Hij vertelt dat hij voor de boor ook al een spuit-maaicombinatie ontwikkelde, die nu gebouwd en verkocht wordt door spuitmachinefabrikant Bamps. “Ik heb daar een overeenkomst mee, maar dat is niet gepatenteerd. Dat zou enorm veel geld kosten in verhouding tot wat het mij kan opbrengen. Je kan beter samenwerken met een fabrikant dan ertegen te procederen.”

Meer innovaties

Is hij nog aan het broeden op iets? Philippe reageert dat hij nog steeds droomt van een goed werkende tunnelspuit. Ik ben daar nog niet concreet mee bezig, maar dat zou heel bruikbaar zijn voor onze V-hagen, omdat die heel uniform van structuur zijn. Daarmee moet je het verst geraken qua driftreductie. Er zijn al enkele merken die tunnelspuiten op de markt brengen, maar er is nog niets echt doorgebroken.”

Het vinden van gekwalificeerde mensen is voor Philippe de beperkende factor. “Vind maar eens een chauffeur voor een machine die slechts enkele maanden per jaar gebruikt wordt. Vaak moet ik het dan zelf doen.” Hij had ooit de ambitie om een onbemande zelfrijdende spuit te bouwen, maar hij heeft dat project stopgezet omdat het heel moeilijk is om totale veiligheid te garanderen met een onbemand voertuig. Terloops vermeldt Philippe nog dat hij zijn verblijven voor seizoenarbeidskrachten volledig verwarmt met de warmte die vrijkomt bij het koelen van het fruit. Daar is een slimme sturing aan gekoppeld, die ook rekening houdt met de intensiteit van de zon en de elektriciteitsproductie van de pv-panelen. Het warm water in het buffervat wordt bijverwarmd met de bedoeling zo weinig mogelijk elektriciteit te moeten injecteren in het net. Bovendien is het in de winter mogelijk om – wanneer er warmte nodig is maar er niet gekoeld wordt – de koelcompressoren te gebruiken als warmtepomp. De warmte wordt dan betrokken via een warmtewisselaar met het grondwater. Die warmtepompen worden dan weer slim aangestuurd op basis van de productie door de zonnepanelen.