Menu

Een coöperatie in de vleesveesector is uniek

Geschreven op 07 oktober 2019.

Een coöperatie van vleesveehouders was er nog niet in Vlaanderen. Hoe begin je er dan aan? Door iemand met ervaring in de vleesveesector én in een coöperatie te vragen om het voorzitterschap op te nemen. Die iemand is Johan Pattyn. Aardbeien telen is zijn hoofdberoep en via de REO Veiling heeft hij een ruime kennis van coöperaties. Omdat hij naast aardbeiteler ook vleesveehouder is, met runderen van het wit-blauwe ras, viel ook dat stukje van de puzzel op zijn plaats.

Johan is al boer sinds 1985. Hij is een drukbezette man, want in een gemengd bedrijf zijn de rustige periodes zeldzaamheden. “Mijn hoofdberoep is eigenlijk de aardbeiteelt, maar daarnaast heb ik rundvee, aardappelen, industriegroenten en voedergewassen.” In de drukke periodes op zijn veelzijdige bedrijf krijgt hij de hulp van enkele seizoenarbeiders. Bovendien vind je Johan niet altijd op het veld of in de stal, want hij is ook actief in diverse besturen en structuren. “Ik zit in de raad van bestuur van de REO Veiling en van Tomabel. Ik ben voorzitter van de West-Vlaamse bessentelers en zetel in de landbouwraad in mijn gemeente, Ardooie.”

Sinds enkele maanden is Johan dus ook voorzitter van de coöperatie Vlaams Hoeverund. “De trekkers hebben me eind vorig jaar hierover aangesproken, op zoek naar iemand met een coöperatieve achtergrond. Vanuit de REO Veiling heb ik veel ervaring in het coöperatief gedachtegoed. Via Rikolto, het vroegere Vredeseilanden, ben ik ook betrokken geweest bij het oprichten van coöperaties in Latijns-Amerika. Daar ontdek je pas hoe het mogelijk is om met beperkte middelen veel tot stand te brengen. En dat is precies wat we hier ook nodig hebben. De vleesveesector zit in een crisis. Door samen te werken, kunnen we meerwaarde creëren. Het idee van de coöperatie is beginnen te kiemen in het voorjaar van 2018, toen het vertrouwen in de kwaliteit van ons vlees in het gedrang kwam. Moeten we ons in een hoek laten duwen, of kunnen we samenwerken? Dat was toen de grote vraag. Er is eigenlijk maar een antwoord mogelijk. Als we niet samenwerken, worden we tegen elkaar uitgespeeld en dat moeten we vermijden.”

Taken en competenties

De vleesveehouders besluiten om samen te werken onder de vorm van een coöperatie. Maar hoe begin je daar aan? “We hadden statuten nodig, een lastenboek en veertig leden. Dat zijn er inmiddels wel al zestig geworden. We vonden de nodige bestuurders, maar niemand van hen had ervaring in een coöperatie. Trees Vandenbulcke van Cera hielp ons de bakens uitzetten voor onze statuten. Anne-Marie Vangeenberghe, innovatieconsulent Coöperatief Ondernemen, hielp ons om een goed communicatiemodel op te stellen. Iedereen in het bestuur heeft nu zijn eigen taak. We kenden mekaar niet en hebben heel objectief gekeken naar de competenties van elke bestuurder. We hebben nu iemand die verantwoordelijk is voor aankoop, iemand die naar de klanten gaat, iemand voor netwerkbeheer en de lay-out van onze publicaties enzovoort. Ikzelf heb een coördinerende rol en moet ervoor zorgen dat onze lastenboeken en statuten in orde zijn. We doen dit allemaal als vrijwilliger. De enige persoon die we in dienst hebben, is onze marktmanager.

Elke maand organiseren we een bestuursvergadering en tussentijds vergaderen we via Skype. Dat is nodig, want is onze coöperatie is nog helemaal niet evident. De handel zit niet te springen voor een partij die zich zo sterk positioneert op de markt. Dat legt veel druk op de bestuurders. Je mag ook niet vergeten dat ik de enige was die de coöperatieve gedachtegoed kende. In de rundveehouderij is je buurman ook je concurrent. Door samen te werken, draaien we dat om. Want een coöperatie heeft er belang bij dat al haar leden goed presteren.”

Een nieuwe standaard

Het verhaal van Vlaams Hoeverund is nog niet af. De coöperatie wil een duidelijke standaard ontwikkelen voor haar leden en hun dieren. “We hebben plannen om nog verder te gaan, bijvoorbeeld door een samenaankoop van voeders, zodat onze dieren hetzelfde voeder krijgen. Omdat onze klanten niet aankopen bij een individuele boer, maar bij het Vlaams Hoeverund, moeten de runderen die onze leden aanleveren zo gelijk mogelijk zijn. De handel vraagt uniformiteit en daar willen wij op inspelen. Als coöperatie moet je belangrijk genoeg zijn, zodat de handel je niet kan negeren.”

De eerste klanten zijn tevreden. Alles verloopt vlot, maar natuurlijk blijft de start een leerproces. “Onze marktmanager gaat op zelfstandige basis dieren sourcen op bedrijven die lid zijn van de coöperatie. Hij maakt dan een aanvoerprognose, zodat we altijd een week of vijf van tevoren weten waar er dieren beschikbaar zullen zijn. Ik zou graag bekijken of we kunnen werken met een prognossysteem, zoals op de veiling. Op die manier zou de aanvoer van runderen nog transparanter kunnen verlopen.

Als alle leden van Vlaams Hoeverund ervoor kunnen zorgen dat hun runderen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen, kunnen wij een correcte prijs uitbetalen, zelfs op jaarbasis. Het is onze taak, als bestuur, om onze leden goed aan te sturen. Net daarom is die prognose zo belangrijk. We moeten op elk moment een kwaliteitsvol, uniform rund kunnen leveren aan de retail. Er is overigens nog een sterke troef, die de retailers erg appreciëren: Vlaams Hoeverund werkt alleen met gesloten bedrijven. Een kalf brengt dus zijn hele leven door op hetzelfde bedrijf. Zo’n duidelijk traceerbaarheid is een pluspunt voor de handel. Ook andere retailers hebben inmiddels aangegeven dat ze interesse hebben in ons verhaal. Momenteel zijn we nog te klein, maar we hopen nog sterk te kunnen groeien.”

Vlaams Hoeverund is op de goede weg, maar de eindstreep is nog niet in zicht. “Je mag niet vergeten dat wij elkaar nog helemaal niet kennen. Onze bestuurders moeten elkaar nog leren kennen en de leden moeten hun bestuur nog leren kennen. Het vertrouwen moet nog groeien. Zodra iedereen overtuigd is dat de betalingen correct en transparant verlopen, verwacht ik dat dit wel losloopt. Heel wat kwekers kijken nu nog een beetje afwachtend naar ons project. Wanneer onze coöperatie nog wat steviger op de rails staat, zie ik veel kansen voor groei.”

 

 

Dit artikel werd gepubliceerd in  Boer&Tuinder.  Voor het overnemen van artikelen uit Boer&Tuinder is steeds schriftelijke toestemming van de redactie nodig. Bronvermelding is altijd verplicht.