Menu

Energietip: Wat houdt de “call groene stroom” in die de groenstroomcertificaten vervangt?

Geschreven op 17 december 2020.
In 2019 werd de subsidie van middelgrote windturbines omgevormd van een exploitatiesteun met groenstroomcertificaten (GSC) naar een investeringssteun via een callsysteem.

 

Dezelfde hervorming zal in 2021 ook plaatsvinden voor middelgrote PV-installaties. Het gaat om nieuwe zonnepanelen met een omvormervermogen groter dan 40 kVA tot en met 2 MVA.

Het is de intentie om de eerste call te openen op 1 april 2021 en te sluiten op 30 april 2021.

 

Overgangsperiode

In de oorspronkelijke communicatie was voorzien om de groenstroomcertificaten te stoppen in 2020. Doordat de call pas in april start, wordt er een overgangsperiode voorzien waar er toch nog in 2021 groenstroomcertificaten verkregen kunnen worden. Installaties op basis van zonne-energie met een omvormervermogen groter dan 40 kVA tot en met 750 kVA kunnen in aanmerking komen voor groenestroomcertificaten als de startdatum voor 1 juni 2021 dateert. Voor de categorie >40 kVA tot 250 kVA gaat het om 45 €/MWh en voor de categorie tussen 250 en 750 kVA gaat het om 25 MWh. De startdatum moet dus ten laatste 31 mei 2021 zijn. De startdatum komt overeen met de keuringsdatum. De offerteaanvraag, netstudie, plaatsing… moet dan allemaal al gebeurd zijn. Dat betekent in de praktijk dat er waarschijnlijk tot in maart besteld kan worden voor GSC-installaties. In vele gevallen zal een zonnepanelen installaties met groenstroomcertificaten rendabeler zijn dan een met de nieuwe investeringssubsidie.

Voor de volledigheid vermelden we nog even dat installaties <10 kVA gebruik kunnen maken van de nieuwe REG-premie en dat er voor installaties tussen 10 en 40 kVA geen premie te bekomen is.

Nieuwe call groene stroom

De nieuwe call groene stroom is een biedwedstrijd, waarbij de best presterende (meeste groene stroomproductie per gevraagde euro steun) projecten investeringssteun ontvangen tot dat het budget op is. Het totale budget van de eerste call zal 5 miljoen euro bedragen. Dit wordt nog eens onderverdeeld in 2 subcalls. De klassieke PV-installaties hebben een budget van 4,25 miljoen euro. De overige 750.000 wordt verdeeld onder middelgrote windturbines, zonnepanelen op marginale gronden zoals bermen en tenslotte ook nog onder drijvende zonnepanelen. Windturbines gaan dus rechtstreeks in competitie moeten gaan met de speciallekes van de zonnepanelen. Het budget voor middelgrote windturbines was al lager dan de voorbije drie calls, en met de extra competitie erbij lijkt het beste moment om een middelgrote windturbine te plaatsen al gepasseerd.

De genoemde budgetten en startdata zijn intenties, de finale details moeten nog in een Ministerieel besluit vastgelegd worden. Er is de ambitie om tweemaal per jaar een call open te stellen voor klassieke zon en eenmaal voor de andere subcall.

Hoeveel steun kan je aanvragen?

Je kan zelf bepalen hoeveel steun je aanvraagt, maar bij hogere (relatieve) steun is de kans wel groter dan je niet geselecteerd wordt. Er zijn wel maximale steunbedragen gedefinieerd. De duurste wordt zeker geweigerd.

Als eerste kan je niet meer steun aanvragen dan wat de installatie uiteindelijk gaat kosten. Daarnaast is er ook een maximumbedrag per geproduceerde elektriciteit gedurende de levensduur. Zo mag er voor vaste zonnepanelen maximum 22 euro per kWh aangevraagd worden. De levensduur van zonnepanelen is voor deze premie vastgelegd op 20 jaar. Een installatie van 60 kWpiek zal tijdens zijn levensduur ongeveer 1.100 MWh produceren. Dat betekent dat er dan maximum € 24.200 aangevraagd kan worden. De ondernemer kan dan tussen 0 en € 24.200 bieden. Een bod van 11.000 euro zou overeenkomen met een bod van 10 €/MWh voor deze installatie. En dan is het afwachten of dat bod nog binnen het budget valt. Als deze installatie nog met groenstroomcertificaten gelegd zou worden, dan zou er in totaal voor 27.000 euro uitgekeerd worden.

De rankschikking gebeurt op basis van de verhouding tussen de gevraagde steun en productie over de levensduur. Het totale steunbedrag is niet relevant. Dat betekent dat grootschaligere systemen misschien wel in het voordeel zijn. Het is koffiedik kijken bij welke verhouding het budget gaat op zijn. Iedere ondernemer gaat voor zichzelf moeten bepalen welke steun er minstens nodig is om ervoor te gaan. Als je niet geselecteerd bent in een eerste call, kan je wel nog steeds meedoen met een volgende call. Maar dan moet de investering ook wel uitgesteld worden. 

Waar moet je op letten?

  • Er mag nog geen onomkeerbare verbintenis zijn aangegaan bij indiening van de steunaanvraag voor kosten waar er subsidie voor aangevraagd wordt. Een opschortende voorwaarde in de offerte met relatie tot de call groene stroom zou wel als omkeerbaar beschouwd worden als de verkoop voor 100% geannuleerd is.
  • Installatie moet aangesloten zijn op een net. De off-grid systemen lijken met de huidige communicatie uit de boot te vallen.
  • De geselecteerde projecten moeten een bankwaarborg stellen binnen 30 dagen nadat ze op de hoogte zijn gesteld. De bankwaarborg bedraagt 7.5% van het toegekende steunbedrag en minimum 2.000 euro.
  • De aanvrager realiseert het project en neemt de installatie in dienst uiterlijk 18 maanden (voor zonne-energie) of uiterlijk 24 maanden (voor windenergie) na de datum van de beslissing. 
  • Bij laattijdige realisatie heb je nog een jaar tijd om het in orde te brengen, maar je verliest dan wel een deel van de steun.
  • Indien het project er niet komt, verlies je de steun en moet je het bedrag van de bankwaarborg als boete betalen. Dit betekent dus dat je best vooraf vrij zeker bent dat je ook effectief hetgeen kan realiseren waarvoor je steun aanvraagt. Bij de voorbije calls rond windenergie is het al effectief voorgekomen dat de bankwaarborg geïnd werd omdat de windturbine er uiteindelijk niet kon komen. Het niet verkrijgen van de vergunning was meestal de oorzaak.
  • Een vergunning bij indiening is niet nodig in principe, maar een officiële vergunningsaanvraag is wel nodig en moet bewezen kunnen worden. Het risico ligt bij de ondernemer om een aanvraag in te dienen waarvan er nog geen zekerheid is of die geplaatst mag worden. Vooral voor wind is dit een moeilijke overweging.

Gevolgen

De omvorming van de steunregeling maakt de zaak wel wat complexer en langdradiger dan voorheen. Doordat er met bepaalde aanvraagperiodes gewerkt wordt, zal er toch een zekere traagheid in het systeem kruipen. Eerst moet je al een aantal maanden wachten tot dat er een nieuwe call is. Dan kan het enkele maanden duren voordat ze beslist hebben wie al dan niet weerhouden is. Dan ben je nog niet vertrokken, want je hebt nog geen netstudie mogen doen. En Fluvius zal ineens een hoop aanvragen binnen krijgen, dus 3 maanden wachten op resultaat lijkt me niet uitgesloten. Bij jouw installateur gebeurt hetzelfde, want die krijgt ineens een hoop orderbevestigingen op dezelfde dag. Dan moet je maar hopen dat je vooraan op de planning staat. Dat betekent dat de doorlooptijd van 3 maanden in 2020 naar misschien wel een jaar in 2021 gaat. Een zeer groot nadeel waar volgens mij niet genoeg bij stilgestaan is.

Desalniettemin, zonnepanelen blijven nog steeds een zeer rendabele investering. Door de sterk gereduceerde productiekost en hoge elektriciteitsprijs in Vlaanderen is het nog steeds interessant om zelf een deel van je stroom te maken. Voor installaties kleiner dan 40 kVA ( en in het algemeen op laagspanning) is hier zelfs geen subsidie meer voor nodig. Voor de grotere installaties op middenspanning ( en dus lagere stroomkost) is er dus een nieuw alternatief ontworpen, maar het zou me niet verbazen dat sommigen ondernemers deze premie zullen laten voor wat het is. De eerste call zal ons alleszins al veel wijzer maken. Als blijkt dat het “bubbelgetal” 7 €/MWh zou zijn, dan zou die beperkte premie misschien niet meet de ganse papierwinkel en een jaar wachttijd waard zijn voor de 2de call. Maar dat is dus af te wachten.

Meer info

Meer info over de nieuwe call vind je op de officiële website van het Vlaams Energie Agentschap.