Menu

Klimaattraject melkvee

Geschreven op 19 november 2020.
Lees hier de artikels uit het dossier "Klimaatslim(mer) ondernemen"!

Binnen Klimrek, wat staat voor ‘Klimaatmaatregelen met economische kansen op het landbouwbedrijf’, wordt het klimaattraject voor melkvee als eerste uitgewerkt. Dit doen we samen met de sector in co-creatie. Zowel melkveehouders, vertegenwoordigers van landbouworganisaties, de Belgische zuivelfederatie, sectoradviseurs, onderzoekers als ambtenaren geven mee vorm aan het traject.

(Auteurs: Veerle Van Linden, David De Pue en Reindert Heuts, ILVO)

Het eerste deel van het klimaattraject bestaat uit een klimaatscan, nadien volgt een klimaatkoers. In het najaar van 2019 werd gestart met een goede beschrijving van de melkveesector, waarbij we deelsystemen, processen en praktijken met hun varianten hebben beschreven zoals die voorkomen op Vlaamse melkveebedrijven. Vervolgens werden alle inputs en outputs op een melkveebedrijf – met inbegrip van emissies – in een schema weergegeven. Deze zogenaamde systeemanalyse is het vertrekpunt voor de klimaatscan. Op basis van de verworven inzichten werden vijf pilootboeren geselecteerd die de variatie binnen de sector zo goed als mogelijk afdekken. Bij hen werd een volledige milieu-impactanalyse gedaan die in een volgende stap gereduceerd wordt tot de uiteindelijke klimaatscan. Onze pilootboeren helpen dus heel actief mee aan de ontwikkeling ervan.

Hoe gebeurt zo’n berekening?

Om de milieu-impact van een melkveebedrijf door te rekenen, maken we gebruik van levenscyclusanalyse (LCA). Deze methode evalueert het gebruik van grondstoffen (zoals water, land, fossiele brandstoffen) en de veroorzaakte emissies tijdens de levensduur van een product, vertrekkende van de ontginning van primaire grondstoffen. We kiezen ervoor om de impact door te rekenen tot op het moment dat de melk de boerderijpoort verlaat. We maken een onderscheid tussen de voorgrond, met name alles wat er op het landbouwbedrijf gebeurt, en de achtergrond, alles wat er in de toevoerketen plaatsvindt. Voorbeelden van emissies uit de voorgrond zijn enterische emissies van de koeien, emissies uit de mestput en de uitstoot van de tractoren. Dit zijn wat we noemen ‘directe emissies’. Toch nemen we ook de indirecte emissies mee, omdat die een aanzienlijk aandeel van de totale emissies over de levenscyclus van het product innemen. Denk maar aan emissies die vrijkomen bij de aanmaak van kunstmeststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en aangekocht voeder. We nemen ook emissies door verandering in landgebruik mee, zoals de emissies die plaatsvinden nadat bos wordt omgezet naar akkerland. Zo wordt bij soja uit Zuid-Amerika een bijkomende emissie voor landtransformatie (Land Use Change) aangerekend. Terwijl we voor de emissies die op het bedrijf plaatsvinden zo specifiek mogelijke data gebruiken, maken we voor het berekenen van de emissies uit de achtergrond gebruik van databanken. We brengen niet alleen de emissies van broeikasgassen in kaart, die bijdragen aan klimaatverandering, maar ook andere (onder andere verzurende en vermestende) emissies en grondstoffenverbruik. Dit doen we om te vermijden dat we met onze maatregelen andere milieuproblemen in de hand zouden werken.

Met dank aan de pilootboeren

Om een goed wetenschappelijk onderbouwd klimaattraject uit te werken, hebben we nood aan heel wat inputdata uit de praktijk. Na een algemene oproep stelden meer dan twintig melkveehouders zich kandidaat om als vrijwillige pilootboer in het klimaattraject te stappen. De vijf pilootboeren waarmee we van start zijn gegaan, lieten hun bedrijf tot in het kleinste detail doorlichten. Om dat te kunnen bewerkstelligen, gingen we bij hen ter plaatse voor een uitgebreid interview en vroegen we heel wat data op, waaronder zowel bedrijfstechnische als bedrijfseconomische cijfers. Door de coronapandemie liepen we hierbij wat vertraging op: de eerste drie bedrijfsbezoeken konden we afwerken voor de eerste lockdown, terwijl we voor de twee laatste bedrijfsbezoeken moesten wachten tot eind mei. We werken samen met pilootboeren omdat wij als onderzoekers net zo veel van de landbouwers kunnen leren, als zij van ons. Uit de gesprekken die we met onze pilootboeren voerden, bleek hun grote betrokkenheid om hun klimaatimpact te becijferen en verder te verminderen. Daarnaast was het ook opvallend dat de klimaatverandering zich nu al laat voelen op de pilootbedrijven. Ruwvoederoogsten bijvoorbeeld staan fel onder druk door de droogteproblematiek en hittestress bij koeien zorgt voor een lagere melkproductie en verminderde vruchtbaarheid. Na het bezoek aan de pilootbedrijven was het de uitdaging om met alle beschikbare data (boekhouding, bedrijfstechnische gegevens, veegegevens, rantsoensamenstelling) aan de slag te gaan om een zo uitgebreid mogelijke impactberekening uit te werken. Op basis van die eerste resultaten wordt dan duidelijk welke processen het meest bijdragen aan de klimaatimpact van een melkveebedrijf. Deze processen worden weerhouden in de uiteindelijke klimaatscan. De pilootboeren toonden grote betrokkenheid om hun klimaatimpact verder te verminderen.

Economisch én ecologisch

Zoals het acroniem Klimrek aangeeft, is het economische aspect net zo belangrijk in dit project als het ecologische. Bij de keuze van bedrijfsspecifieke klimaatmaatregelen is het essentieel dat het voor melkveehouders niet enkel duidelijk is hoe die maatregelen de klimaatimpact van hun bedrijf verlagen, maar ook hoe ze inspelen op de kosten en de opbrengsten van het bedrijf. Zo is het voor deelnemende landbouwers al voor implementatie duidelijk wat de gevolgen zijn van de maatregelen op de bedrijfsprestaties. We verdelen de maatregelen onder in vijf categorieën: investeringen (bijvoorbeeld een vergister), verandering in land- en voederbeheer (bijvoorbeeld verandering rantsoen), verandering in veebeheer (bijvoorbeeld het verlagen van het vervangingspercentage), eenvoudige klimaatmaatregelen met een kost (bijvoorbeeld voedersupplementen die methaanuitstoot verlagen), en eenvoudige klimaatmaatregelen met een besparing (bijvoorbeeld beter afstellen van de kunstmeststrooier). Om een idee te krijgen welke kosten en opbrengsten gelinkt zijn aan een klimaatmaatregel, werd bovendien een schema uitgewerkt dat de kostenstructuur van een melkveebedrijf schetst. Dat schema dient als leidraad om te bepalen op welke posten een maatregel impact zal hebben. De kosten-batenanalyse van sommige maatregelen is vrij eenvoudig, maar voor andere maatregelen is dat complexer. Meer informatie over zowel de ecologische als de economische doorrekening voor de sector melkvee vind je op www.klimrekproject.be/meer-weten/melkveehouderij.

In juli konden we gebruik maken van een coronaluwe periode om de co-creatiegroep een tweede keer (op een veilige manier) samen te brengen bij Boerenbond in Leuven. We legden hen de eerste resultaten van de levenscyclusanalyse voor en bespraken de aanpak van de economische doorrekening. De definitieve resultaten van onze 5 pilootboeren konden we al terugkoppelen naar hen en brachten al heel wat inzichten mee (zie kader).

Op dit moment wordt de volledige milieu-impactanalyse gereduceerd tot de uiteindelijke klimaatscan, en staan we op het punt om zes nieuwe vrijwilligers te contacteren voor het uittesten van de scan op hun melkveebedrijf. We werken ook volop aan een gestroomlijnde dataverzameling, die zo veel mogelijk automatisch zal gebeuren via het data-uitwisselingsplatform DjustConnect. We blijven, ondanks de soms moeilijke corona-omstandigheden, gestaag verder werken aan het klimaattraject van de melkveehouderij terwijl we intussen ook het traject voor de aardappelsector hebben opgestart.


Dit artikel werd gepubliceerd in  Boer&Tuinder.  Voor het overnemen van artikelen uit Boer&Tuinder is steeds schriftelijke toestemming van de redactie nodig. Bronvermelding is altijd verplicht.