Menu

Moeder, waarom melken wij?

Geschreven op 19 februari 2019.

Wie al het genoegen had om Steffi Wille-Sonk uit Duitsland te horen spreken, zal het met ons eens zijn dat ze een dame is met pit. Ze werkt voor European Dairy Farmers (EDF), een club waar melkveehouders samenkomen om kennis uit te wisselen. Resilience (veerkracht) en wat dit voor een melkveebedrijf betekent, stond centraal in haar presentatie tijdens de workshop van EuroDairy. “Lage kosten vormen de basis voor een veerkrachtig bedrijf. De rest is bijzaak.”

Als het over bedrijfsmanagement in de landbouwsector gaat, is resilience of veerkracht een relatief nieuw begrip. Steffi definieert het als volgt: veerkracht is de mogelijkheid om snel van een shock te herstellen, de impact te incasseren of de gebeurtenis zelfs te kunnen vermijden. Zo’n potentiële shock is bijvoorbeeld een lage melkprijs (al komt die voor melkveehouders allang niet meer onverwacht), een dierziekte op je bedrijf of onverwachte weersomstandigheden zoals droogte, een storm of overstromingen. Steffi legt uit waarom bedrijven die zulke shocks overleven weerstand geboden hebben, maar daarom niet per definitie veerkrachtig zijn.

Veerkrachtig of weerbarstig?

“Het is niet omdat een bedrijf blijft melken, dat het ook veerkrachtig is. Een melkveehouder die maar net het hoofd boven water houdt, kan toch blijven produceren. Je kunt je dan de vraag stellen of hij melkt om te overleven of om een ondernemersrendement te halen. Het verschil is hier tussen werken voor vandaag of werken voor morgen.”

Steffi geeft enkele kenmerken van bedrijven die veeleer weerstand bieden dan echt veerkrachtig zijn.

  • Je hebt jezelf niet 15 euro maar slechts 5 euro per uur uitbetaald.
  • De rechtstreekse inkomenssteun is onmisbaar om de kosten te dekken.
  • Binnen of buiten je familie is er geen interesse voor een overname van je bedrijf.

Ze toonde tijdens haar presentatie een grafiek waaruit duidelijk bleek dat de 21 Belgische, Deense en Franse bedrijven waarvan EDF cijfers heeft over een periode van 10 jaar het gemiddeld sinds de afschaffing van het quotum niet gemakkelijk hebben om break-even te draaien. Concreet komt het hierop neer dat de productiekosten bij de deelnemende bedrijven gemiddeld ongeveer constant gebleven zijn tussen 2015 en 2017, maar dat de melkprijs in een diep dal gezeten heeft. In deze beperkte groep van bedrijven was het gemiddeld niet mogelijk om de productiekosten te dekken met de inkomsten, zelfs niet wanneer de rechtstreekse inkomenssteun meegerekend wordt. Alleen in 2008 en in 2011 konden ze ook zonder rechtstreekse inkomenssteun een inkomen halen. De schommelende melkprijs was uiteraard een belangrijke factor in dit verhaal, maar Steffi focust liever op wat je als melkveehouder zelf in de hand kunt hebben, namelijk je productiekosten doen dalen. De 21 bedrijven konden alleen in 2008 en in 2011 een inkomen halen uit hun activiteit zonder aan de rechtstreekse inkomenssteun mee te rekenen. In alle andere jaren was dit niet mogelijk.

Hoge melkprijs, hoge kosten

“Het is opvallend dat de productiekosten jaar na jaar de melkprijs lijken te volgen. Bij een lage melkprijs besparen we allemaal, maar wanneer er weer wat ademruimte komt, gaan ook de productiekosten omhoog, waardoor er uiteindelijk niet veel marge overblijft. Tijdelijk besparen is niet zo moeilijk, maar wie kan zijn productiekosten op lange termijn laag houden zonder dat zijn productie eronder lijdt? Bedrijven die op langere termijn gemiddeld elk jaar een ondernemersrendement kunnen halen, zijn in mijn ogen echt veerkrachtig. Het bewijs daarvan is dat ze alle productiemiddelen kunnen betalen en daarnaast reserves kunnen aanleggen – voor investeringen en om periodes met een lage melkprijs te overbruggen.”

Groter is niet altijd beter

“Een eerste mythe die ik wil ontkrachten, is dat alleen grote bedrijven veerkrachtig kunnen zijn. Ze toonde een grafiek waaruit blijkt dat de grootte van de veestapel niet bepaalt of er al dan niet winst gemaakt wordt. We zien dat bedrijven met lage productiekosten gemiddeld beter scoren, onafhankelijk van de bedrijfsgrootte. Er bevonden zich wel meer kleine bedrijven in de rode probleemzone. Grote bedrijven kunnen dus wel gemakkelijker kostenefficiënt werken, maar ook kleine bedrijven zijn hiertoe in staat en kunnen een mooi ondernemersrendement realiseren.”

Het lijkt er dus op dat lage kosten cruciaal zijn en ook mogelijk zijn voor kleinere bedrijven.

Het begint bij lage kosten

Een tweede veronderstelling is dat bedrijven die een hogere melkprijs krijgen ook grotere winsten boeken. Uit de getoonde grafieken blijkt dat een hoge melkprijs absoluut geen garantie is voor een ondernemersrendement. Bij de bedrijven met gemiddeld hoge melkprijs zijn er even goed heel wat die geen inkomen kunnen vergaren (inclusief rechtstreekse inkomenssteun). Nicheproducten als biologische melk, korteketenzuivelverwerking en -verkoop kunnen zeker een meerwaarde genereren, maar vergeet niet dat de productiekosten hier ook hoger liggen. In plaats van te redeneren dat een hoge melkprijs een hoog inkomen garandeert, keer je de redenering beter om, want net lage kosten maken een hogere winst mogelijk.”

Werk een langetermijnstrategie uit om je kosten op een duurzame manier laag te houden en optimaliseer je productie. Een hoge melkprijs is leuk meegenomen, maar is geen garantie voor succes.

Langetermijnstrategie

De kosten op lange termijn binnen de perken houden zonder in te boeten op productie is gemakkelijker gezegd dan gedaan, natuurlijk.

Steffi Wille-Sonk geeft enkele tips: “De basisregel is dat een hoge input van kapitaal ook omgezet moet worden in een hoge melkproductie. Een voorbeeld dat ik vaak tegenkom is het aanhouden van veel jongvee. Dat kan een strategie zijn om een nieuwe stal te vullen met bedrijfseigen dieren en zo de bioveiligheid te verbeteren. Daar heb ik uiteraard niets op tegen, maar je moet wel beseffen dat je kostenplaatje dan hoog ligt en je er pas op lange termijn de vruchten van plukt. Het is echt af te raden om jongvee aan te houden ‘voor het geval dat’ of onder het motto ‘je weet maar nooit’, net als een onnodig hoog voederverbruik.”

Stof tot nadenken en meteen ook een drijfveer om (nog meer) te halen uit je bedrijfseconomische boekhouding. Bespreek de resultaten eventueel met collega’s of experts, bijvoorbeeld in een bedrijfsleiderskring.

Steffi’s slotboodschap was in elk geval duidelijk: “Werk een langetermijnstrategie uit om je kosten op een duurzame manier laag te houden en optimaliseer je productie. Een hoge melkprijs is leuk meegenomen, maar is geen garantie voor succes.”