Menu

Terugblik inspiratietour erfbetreders: groenteteelt

Geschreven op 14 december 2018.
In oktober gingen we met een groep Vlaamse adviseurs en andere sectorgerelateerden op inspiratiereis naar enkele Antwerpse biobedrijven.

Het is belangrijk dat acties in de biosector niet alleen gericht zijn naar landbouwers, maar evenzeer naar hun omgeving en de personen die invloed uitoefenen op de landbouwer. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan consulenten, adviseurs, toeleveranciers, dierenartsen, handelaars, enz. Om hen te overtuigen van de kansen voor omschakeling, organiseerden we binnen het project Bio-scope Antwerpen inspiratietours waarbij we toonaangevende biobedrijven bezochten uit de focussectoren melkveehouderij en groenteteelt.

 

Biologische productie

In oktober gingen we met een groep Vlaamse adviseurs en andere sectorgerelateerden op inspiratiereis naar enkele Antwerpse biobedrijven. Wat ons vooral opviel bij de bedrijven die we bezochten was de grote vakkennis en het vertrouwen in de verdere groei van de sector. Een inspirerende ervaring voor iedereen die erbij was.

Groenteteelt

Peter Bartels-Barver

Ook in de biologische groenteteelt zijn er kansen voor omschakelaars, zo weet Peter Bartels, eigenaar van biologische glastuinbouwbedrijf Barver BVBA in Rumst. Enkele jaren geleden stond hij met zijn bedrijf op een keerpunt. ‘Met onze serre van 8000 m2 waren we als gangbaar bedrijf eigenlijk net wat klein om te investeren in warmtekrachtkoppeling. Op dat moment waren we dus zoekende naar een andere manier om toegevoegde waarde te creëren op ons bedrijf. De stap naar bio was echter een stap naar het onbekende omdat er weinig financiële gegevens beschikbaar waren’. Maar Peter zetelde als gangbare tuinder al enkele jaren in de Werkgroep Bio van Boerenbond, waar hij de biologische sector leerde kennen. Dit samen met een uitdrukkelijke biologische marktvraag van BelOrta maakte dat hij in 2015 toch de stap naar bio zette. Een keuze waar hij geen spijt van heeft.

‘In het eerste  jaar teelde ik een rotatie van zoete puntpaprika, courgette en tomaat. Vorig jaar zette ik een dubbele afdeling tomaat, dit jaar een dubbele afdeling zoete puntpaprika, beiden op vraag van BelOrta’ aldus Peter. ‘Een teeltrotatie moet immers niet persé op het bedrijf zelf aangehouden worden, er kan ook geroteerd worden tussen bedrijven onderling’. Het opstellen van dit teeltplan gebeurt steeds in samenspraak met de bioglastuinbouwers aangesloten bij BelOrta. Deze teeltrotatie is cruciaal voor een biologisch glastuinbouwbedrijf vertelt Justine Dewitte, erkend adviseur glastuinbouw (PCG). ‘In de biologische teelt is het verplicht om te telen in vollegrond. Substraatteelt is er niet toegelaten. Om de bodem gezond te houden en problemen met o.a. aaltjes en Verticillium te vermijden dient er dus een teeltrotatie van 1 op 3 of ruimer aangehouden te worden. In buitenteelten streven we naar een rotatie van 1 op 6, maar in verwarmde serres is de gewaskeuze eerder beperkt. Verwarmen kost geld en ook een biobedrijf moet rendabel blijven’. Voor gangbare bedrijven die gewoon zijn zich te specialiseren in 1 teelt, bovendien meestal in substraat, is het telen in vollegrond de grootste aanpassing tijdens de omschakeling.

Justine: ‘De omschakeltermijn van de gronden bedraagt normaal gezien twee jaar in het geval van eenjarige gewassen. De termijn kan in de glastuinbouw teruggebracht worden tot 3 maanden als je kan aantonen dat de grond de voorbije 3 jaren niet behandeld is. Wanneer dergelijk bedrijf omschakelt moet de bodemvruchtbaarheid op een zeer korte termijn op punt gesteld worden. Dit kan door het inbrengen van allerlei soorten compost. In bedrijven waar er ooit nog in de grond geteeld is valt dit mee, maar in nieuwere serres is dit zeker een aandachtspunt.’ Het teeltseizoen van Peter loopt van begin februari tot eind oktober. Begin november brengt hij champost aan zodat de mineralisatie al kan starten. Tijdens het teeltseizoen brengt hij 5x organische korrel van DCM (Eco-mix 2 en 3). Ook andere organische meststoffen van natuurlijke oorsprong zijn toegelaten, voorbeelden zijn bloed- en beendermeel, sojaschroot, moutkiemen en bitterzout. ‘Bovendien moet er, wanneer dit beschikbaar is,  steeds gebruik gemaakt worden van biologisch uitgangsmateriaal (plantgoed)’ vertelt Justine. ‘Dit materiaal is duurder dan het conventionele en dit is dus één van de redenen waarom de biologische productiekost hoger ligt dan de gangbare. Andere redenen voor een hogere bioprijs zijn stijgende arbeidskosten wegens mechanische onkruidbestrijding en een hoger teeltrisico wegens ziekten en plagen’.

Al valt dit laatste goed mee volgens Peter: ‘Ook in de gangbare glastuinbouw wordt er al veel gewerkt met biologische bestrijding op basis van natuurlijke vijanden, dit wordt verder doorgetrokken in de biologische teelt. Zo planten we Artemisia planten aan het begin van elke rij als opkweekplant voor de kweek van enkele nuttigen. Ook al zijn er in bio geen chemisch synthetische middelen toegelaten om correctiebespuitingen te doen, het lukt ons goed om onder de aanvaardbare schadedrempels te blijven. Enkel op het einde van het seizoen zie je soms plagen de kop op steken wegens de opgebouwde plaagdruk en een verminderde groeikracht van de planten. Onkruiden houden we onder controle door de kwartels die hier in de serre vrij rondlopen. Efficiënte beestjes’ besluit Peter.

Luc Pauwels-Biobees

Om een indruk te krijgen van biologische openluchttuinbouw bezoeken we even later BioBees, het in Ternat gelegen bedrijf van Luc Pauwels en diens vrouw Narrisa. Vanuit zijn geloof in de biologische principes startte Luc in 1981 een toen nog kleinschalig biologisch tuinbouwbedrijf. Hij startte destijds met een zeer ruim teeltplan en sommige teelten lukten beter dan andere. Luc: ‘O.w.v. rendabiliteit specialiseerde ik in akkerbouwmatige teelten zoals bewaarwortelen. Toen deze teelt grootschaliger en industrieel werd besloot ik het over een andere boeg te gooien. Nu teel ik op een oppervlak van 15 ha vooral aardbeien, courgettes, kolen, bonen en peterselie’. Luc regelt zijn afzet volledig zelf en werkt hiervoor samen met retailers en enkele groothandels zoals Biofresh en Ecodal. Hij werkt vraaggericht en omwille van de steeds veranderende markt hanteert hij geen vaste teeltrotatie. Al wordt het grootste deel van de teeltoppervlakte ingenomen door de courgettes en kolen, ongeveer een vijfde is bestemd voor de andere teelten.

‘Naast deze 15 ha groenten zijn er ook nog een tiental ha grasklaver mee in rotatie’ vertelt Luc. ‘Hiervoor werk ik samen met een conventionele akkerbouwer die een aantal ha omschakelde. Samen met mijn vrouw kan ik verder rekenen op 3 vaste medewerkers en maximum 10 seizoenarbeiders’. Al geeft Luc toe dat het steeds moeilijker wordt om geschikte seizoenarbeiders te vinden. Om onkruiden te beperken teelt hij een aantal gewassen op ruggen getrokken met afbreekbare folie. Hij kocht hiervoor een nieuwe dubbele folietrekker en een gps-gestuurde breedspoor tractor. Lieven Delanote (Inagro, afdeling biologische productie) licht toe: ‘Deze folietrekker heeft het voordeel dat hij de folie recht in de grond steekt, wat het schoffelen een stuk makkelijker maakt. Ook bioboeren moeten vrij zwaar investeren. En dat is soms beter te verantwoorden als je op grotere oppervlaktes teelt, al is dat een afweging die elke bedrijfsleider voor zich moet maken’. Voor de courgettes koos Luc voor snelle bio-afbreekbare folie die duurder is maar vele voordelen biedt (minder onkruid, minder verdamping, …) en tevens een hoop arbeid bespaart. Voor de aardbeien die tijdens de wintermaanden buiten staan kiest hij een iets dikkere variant.

Ter watervoorziening wordt er onder de folie T-tape getrokken bij de aardbeien en peterselie. Lieven: ‘Wanneer je je sterkt mechaniseert doe je er goed aan de teelten op elkaar af te stemmen en te werken met uniforme plantafstanden. Pas teelten aan aan de spoorbreedte van je tractor’. Gewasbescherming komt in biotuinbouw neer op preventie en strenge hygiënemaatregelen. Zo worden de courgettes gedraaid geoogst in plaats van gesneden om overdracht van virussen te vermijden. De kolen worden afgedekt met een duivennet dat ook efficiënt blijkt te zijn tegen de koolvlieg en aardbeien worden geteeld onder tunnels om infecties van botrytis tijdens bloei te voorkomen. Wat de basisbemesting betreft kiest Luc voor zo’n 25 tot 30 ton runderstalmest per ha: ‘Enkel de courgettes krijgen een extra stikstofgift op basis van organische OPF-korrel. Ik laat op regelmatige basis bodemstalen nemen, maar de ervaring leert dat de gangbare adviezen die daar op volgen doorgaans te hoog zijn. Bij kolen kan overbemesting leiden tot te grote gewichten voor retail’.

 

INFORMATIE – Nieuwsgierig geworden? Ook in 2019 organiseren onze omschakelconsulenten tal van interessante studiedagen en bedrijfsbezoeken om gangbare erfbetreders en land- en tuinbouwers te prikkelen, inspireren en informeren over biologische productie. Meer info: eveline.driesen@innovatiesteunpunt.be – 016 28 60 57.

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland’