Menu

Veldbijeenkomst 'Vanggewas 2019, hoe heeft u het aangepakt' - 20 november 2019

Geschreven op 27 november 2019.
Wat deed het Innovatiesteunpunt daar? En wat is de link met Agrilink?

Op 20 november woonde onze innovatieconsulent Melanie Van Raaij, samen met afgevaardigden van de Hooibeekhoeve en de Bodemkundige Dienst, een veldbijeenkomst bij in proefcentrum Vredepeel met als thema 'Vanggewas 2019, hoe heeft u het aangepakt?'. De dag kaderde in het project 'Grondig boeren met maïs', een organisatie van WUR|Open Teelten en Agrifirm. 'Grondig boeren met maïs' kan gezien worden als een 'living lab', één van de methodieken die we binnen het project Agrilink onderzoeken om nieuwe adviesproducten te ontwikkelen en sneller te kunnen innoveren naar een duurzamer landbouwbedrijf. 

Vanggewas 2019, hoe heeft u het aangepakt? 

Nederlandse wetgeving

In Nederland zijn de maïstelers verplicht om een vanggewas te zaaien:

  • om nitraat vast te houden
  • om uitspoeling tegen te gaan.

Het vanggewas moet bovendien voor 1 oktober gezaaid zijn. Dit betekent dat wanneer gekozen wordt voor nazaai van het vanggewas, de maïs voor 1 oktober van het land moet zijn.

Binnen de context van de Nederlandse wetgeving rond verduurzaming van maïsteelt heeft een maïsteler zich vandaag 3 vragen te stellen:

  1. Hoe zorg ik voor een goede opbrengst van mijn maïs?
    Het streven is 20 ton maïs per hectare.
  2. Hoe zorg ik dat deze zuiver staat en er niet teveel onkruid groeit?
  3. Hoe zorg ik voor een geslaagd vanggewas met een minimale impact op mijn maïsopbrengst?
    10% derving is niet abnormaal. Volgens de collega's van de Hooibeekhoeve is 5% mogelijk als je ruimte tussen de strook maïs en de strook vanggewas laat, maar mag dat in Nederland?

Onderwerpen op de proefvelden

Volgende onderwerpen kwamen buiten op de proefvelden aan bod:

  • Resultaten enquête vanggewas vóór 1 oktober
    Hoe is het telen van 'vanggewas na maïs' aangepakt in 2019 met de aangescherpte wetgeving vóór 1 oktober?
  • Machineplein
    Machines voor gelijk- en onderzaai vanggewas uit de regio 
  • Het vanggewas: de drie systemen
    Welk systeem kies je en waar moet je op letten bij de keuze van het geschikte vanggewas?
  • Gewasbescherming voor een succesvolle maïsteelt én geslaagd vanggewas
    Het optimaal laten slagen van zowel de maïs als het vanggewas vraagt een goede uitgebalanceerde inzet van gewasbescherming.
  • Waarom is het telen van een vanggewas toch belangrijk?
    Wat levert het vanggewas op in termen van organische stofaanvoer, stikstof vangen en bodemkwaliteit.
  • Nazorg bij gelijk- en onderzaai
    Als je kiest voor gelijk- of onderzaai is het stoppelmanagement anders. Hoe los ik eventuele sporen op, hoe pak ik de maisstengelboorder aan etc.

"Het blijft zoeken naar de beste oplossing"

Landbouwers op demodag

Meer dan 200 boeren kwamen samen om bij te leren en ervaringen te delen rond vanggewassen bij maïsteelt. Wat het de timing? Want de mäis was net geöogst. Of was het de polemiek rond de aanscherping van de wetgeving? Of was het verkrijgen van de spuitlicentie de grote lokker? De dag was goed georganiseerd. Ondanks de kou op het veld was het zeer leerrijk. Sommige landbouwers wilden zelfs nog iets meer diepgang. Ze zijn immers op zoek naar de beste oplossing qua vanggewas.

  • Gelijkzaaien, onderzaaien (wanneer de maïs kniehoog staat), nazaaien?
  • Welk vanggewas?
    Italiaans raaigras is uit den boze bij gelijkzaaien, maar is bij onderzaaien wel interessant. Engels raaigras of rietzwenkgras groeit veel trager. Japanse haver? Rogge? ...
  • Welk(e) gewasbeschermingsmiddelen?
    Frontier, Samson of een mix? Frontier is veilig voor onderzaai in een droog jaar, maar wat in een nat jaar?
  • Wanneer spuiten?
    Bij 3 maïsblaadjes, niet bij 5 want dan lijdt de maïs teveel.
  • Wanneer het vanggewas vernietigen? En hoe? Mechanisch of chemisch?

 

 

Demodagen en adviesproducten dankzij 'Grondig boeren met maïs'

Naast deze demodag op de proefvelden, heeft WUR binnen 'Grondig boeren met maïs' nog een aantal adviesproducten ontwikkeld die boeren kunnen helpen met de verduurzaming van hun maïsteelt.

Deze zijn:

  • nitraatmetingen bij satellietbedrijven die hun kennis dan verspreiden via demonstraties
  • een beslissingsboom rond vanggewassen
  • een voorstel voor de structuur van het gesprek tussen landbouwer, loonwerker en adviseur

Dit soort van adviesproducten bestaan ook in de Belgische context, zo bevestigden de collega's van de Bodemkundige Dienst en de Hooibeekhoeve. Interessant echter is om te zien hoe deze adviesproducten tot stand gekomen zijn.

 

De link met Agrilink?

WUR neemt net als het Innovatiesteunpunt deel in het Europese project AgriLink.

AgriLink heeft tot doel de overgang naar een duurzamere landbouw te stimuleren door beter inzicht te krijgen in de rol van landbouwadviseurs bij:

  • het versterken van kennisstromen,
  • het leren verbeteren
  • het stimuleren van innovatie op de grote verscheidenheid aan verschillende bedrijfstypes die in Europa bestaan.

Living lab

Europa wil dat boeren sneller tot innovatie overgaan om de landbouw te verduurzamen. Binnen het AgriLink project bekijken we onder andere of de methodiek 'Living lab' relevant is om nieuwe adviesproducten of -diensten te ontwikkelen en hiermee sneller te kunnen innoveren op het landbouwbedrijf. Een living lab is vertrekken van een reëel probleem van de boer, waarbij de onderzoeker, de boer en een aantal andere belanghebbenden (adviseur, loonwerker, ..) samen actief een oplossing bedenken middels verschillende oefeningen. Het proefcentrum geeft aan dat het project 'Grondig boeren met maïs' gezien kan worden als een living lab.

Maar wanneer is het interessant voor een landbouwer om zelf actief mee te denken aan de oplossing voor zijn probleem?

  1. De landbouwer moet zelf overtuigd zijn dat er een probleem is en er een belang bij hebben om dit op te lossen. Wetgeving is geen motivator om iets pro-actief aan te pakken.
  2. De landbouwer wil geen nieuwe regelgeving. De vraag die de overheid meestal stelt is: 'Hoe kunnen we dit controleren?'. Vaak mondt dit uit in nieuwe regelgeving, waarbij de boer met het goede idee zich afgestraft voelt en het de volgende keer zal laten om iets nieuws te proberen.
  3. Termen als living lab en co-creatie zijn typisch woorden die vandaag hip zijn en gebruikt worden in de context van onderzoek. In dagdagelijks overleg met de landbouwers klinkt dit jargon vaag en onbeduidend.
  4. Werken met de natuur is werken met onzekerheid en vraagt om snel te kunnen schakelen. De focus ligt vaak op oplossingen voor de korte termijn. Het blijkt moeilijk om tijd te maken en langetermijnoplossingen te bedenken.
  5. Ervaring leert dat de meeste mensen mondiger worden in één op één gesprekken en meer bereid zijn hun gedachten en ideeën te verwoorden dan in een groep, met uitzonder in van de roepers. Landbouwers zijn hierop geen uitzondering. Groepsdruk kan leiden tot ambetante stiltes (zelfs bij de Nederlanders!) of tot meedoen met diegene die het luidst zijn mening verkondigt, waarbij het eigen idee naar de achtergrond verdwijnt. Meestal worden de beste ideeën gespuid in de navergadering.

 

De tongen losser maken

Op de veldbijeenkomst had men wel iets bedacht om de tongen wat losser te maken. De resultaten van de enqûete werden geprojecteerd als een taartdiagram.

Methodiek om mensen te laten vertellen

Bijvoorbeeld Welk systeem wordt het meest gebruikt?

  • Gelijkzaaien: 14%
  • Onderzaaien: 44%
  • Nazaaien: 42%

Deze cirkel en indeling was op de vloer in de zaal getekend en de deelnemers moesten in het vak dat zij gekozen hadden gaan staan. De gebeurde ook voor de andere vragen. De facilitator vroeg dan steeds aan een paar deelnemers waarom ze die keuze gemaakt hadden.

 

De demodag was lang en buiten was het koud (3°C). Er stond een lange rij op het erf voor de kar van het frietkraam. Misschien zijn de beste ideeën wel uitgesproken boven een warm puntzakje 'friet'. :-)