Menu

Wegwijzer: Hoeveel groenestroomcertificaten krijg ik voor mijn zonne-energie?

Geschreven op 17 juli 2019.
Het is tegenwoordig niet evident om te weten op hoeveel groenestroomcertificaten jouw PV-installatie recht heeft.

Om alles wat te plaatsen, is het handig om te weten hoe alles begon.

2006 is (ongeveer) het startpunt van zonnepanelen in Vlaanderen. Er werd toen een subsidiesysteem bedacht met groenestroomcertificaten. Je kreeg zo’n certificaat indien je installatie 1000 kWh had geproduceerd, en elk certificaat was € 450 waard. De installatie had 20 jaar recht op deze steunregeling vanaf de keuringsdatum.

Bij een installatie uit 2006 van 11 kWpiek die jaarlijks 10.000 kWh produceert, kan je er dus vanuit gaan dat je 20 jaar later € 90.000 ( 10 * 450 *20) aan certificaten zou ontvangen.

Tussen 2010 en 2012 werd de steun per certificaat geleidelijk aan afgebouwd, maarde benodigde energie voor één certificaat bleef een constante.

Sinds 2013 is er een nieuwe regeling uitgewerkt,  waarbij het aantal certificaten dat je ontvangt, verandert in de loop der jaren. Een groenestroomcertificaat is ondertussen nog € 97 waard, maar het benodigd aantal kWh is een variabel gegeven geworden dat elk jaar opnieuw berekend wordt door het Vlaams Energie Agentschap (VEA). De steunperiode is verlaagd naar 10 jaar.

Onrendabele toppen en bijhorende bandingfactoren

De berekeningsmethodiek is die van de ‘onrendabele toppen’ en bijhorende ‘bandingfactoren’. Makkelijk uitgelegd: er wordt steeds op zoek gegaan naar de specifieke steun die nodig is om een project rendabel te maken. Eerst volgt de berekening van rendabiliteit zonder steun. Hiervoor worden parameters bekeken zoals de investeringskost, de gemiddelde kost van elektriciteit, onderhoud voor zo’n installatie, inflatie…. Indien de berekening uitwijst dat de installatie na bijvoorbeeld vijf jaar terugverdiend is, dan is er geen extra steun nodig. Indien het resultaat 15 jaar is, is er wel steun nodig om op het project rendabel te maken. Zo wordt voor elke technologie in een bepaalde vermogensklasse een specifieke steun berekend. Op deze manier wordt over- en onder subsidiëring beperkt. Zo werd in 2013 bijvoorbeeld duidelijk dat kleine installaties met terugdraaiende teller geen extra steun met certificaten meer nodig hadden om rendabel te zijn.

De bandingfactor bepaalt hoeveel groenestroomcertificaten een hoeveelheid groenestroomproductie oplevert. Bij de minst rendabele cases geven ze nog steeds één certificaat (van € 97) per 1.000 kWh. Er is dan een bandingfactor van 1. Bij projecten die minder steun nodig hebben, geven ze bijvoorbeeld pas een certificaat bij een productie van 2.000 kWh. Er is dan een bandingfactor van 0.5. Met andere woorden: je krijgt een half certificaat per 1.000 kWh.

Het VEA herrekent jaarlijks de bandingfactoren voor bestaande installaties (actualisatie). Wijkt de herberekening meer dan 2% af van de geldende bandingfactor, dan kan deze aangepast worden. Indien de stroomprijs sterk gestegen is het afgelopen jaar, dan betekent dit dat jouw eigen zonne-energie ook meer geld waard is, en dat er dus eigenlijk minder steun nodig is voor jouw installatie. Indien de stroom goedkoper wordt, is er meer steun nodig om dezelfde rendabiliteit te realiseren.

Vanaf 1 augustus 2019 vind de laatste actualisatie plaats. Daaruit blijkt dat de bandingfactoren quasi allemaal gedaald zijn omdat de stroomprijs hoger was dan initieel gedacht. Dat betekent concreet dat elke PV-installatie minder groenestroomcertificaten zal ontvangen dan voorheen. De gevolgen voor zonnepanelen met startdatum vanaf 1 januari 2019 zie je in onderstaande figuur. De waarden voor 2020 zijn ook bekend gemaakt.

kW zon GSC oorspronkelijk
(01/01/2019 - 31/07/2019)
GSC actualisatie 2019
(01/08/2019 - 31/12/2019)
GSC 2020

≤ 10

€ 0 / MWh € 0 / MWh € 0 / MWh
> 10 &

≤ 40

€ 45 / MWh € 29 / MWh € 0 / MWh
> 40 &

≤ 250

€ 71 / MWh € 55 / MWh € 47 / MWh
> 250 € 68 / MWh € 58 / MWh € 26 / MWh

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We stellen vast dat dat de actualisatie een daling van ongeveer € 15 /MWh met zich meebrengt. In 2020 daalt de steun nog meer. Zo krijgt de categorie tussen 10 en 40 kWpiek momenteel geen steun in 2020, maar dat kan volgende zomer opnieuw veranderen.  De oorzaken voor de lagere steun in 2020 zit vooral in de duurdere elektriciteit en de lagere investeringskost.

Een volledig overzicht voor elk installatiejaar vind je via deze link. Daar wordt meteen de complexiteit van dit systeem duidelijk. Per startdatum van een installatie moeten onrendabele toppen en bandingfactoren berekend worden: per technologie en per vermogenscategorie. Je moet dus al een paar keer doorklikken en goed zoeken om de waardes van jouw installatie te vinden.

Geen vast bedrag

Als conclusie onthoud je best dat de groenestroomcertifcaten geen vast bedrag meer zijn over de ganse steunperiode, en dat het VEA ervoor zal zorgen dat er een eerlijke rendabiliteit voor elke installatie kan behaald worden.

Indien je momenteel overweegt om zonnepanelen te plaatsen, zijn er wel een aantal elementen om rekening mee te houden. Vanwege het grote aantal bandingfactoren die te vinden zijn, durven sommige installateurs wel eens te rekenen met het verkeerde bedrag aan groenestroomcertificaten. Vertrouw dus niet blindelings op deze waardes en probeer ze zelf op te zoeken of te informeren bij neutrale partijen zoals het Innovatiesteunpunt die dit voor jou controleren.

Daarnaast is het aangeraden om te rekenen met een worst case scenario waar de certificaten na verloop van tijd naar 0 evolueren. Zo heb je een idee welke rendabiliteit je minstens zal hebben, al de rest is bonus.